www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Research >
Research publications >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/5233

Title: De waardering van een mensenleven bij investeringen in verkeersveiligheid
Other Titles: Overzicht onderzoeksmethoden en een voorstel voor Vlaanderen.
Authors: DE BRABANDER, Bram
VEREECK, Lode
Issue Date: 2003
Publisher: Steunpunt Verkeersveiligheid
Series/Report: Raport, RA-2003-17
Abstract: Er kunnen heel wat verschillende investeringen gedaan worden om de verkeersveiligheid te verbeteren. Een economische beoordeling van deze investeringen helpt bij het beslissingsproces te kiezen voor die investeringen die maatschappelijk het meest rendabel zijn. Bij zo’n economische evaluatie is een waardering van een mensenleven noodzakelijk. Deze waardering is geenszins een uitdrukking van de intrinsieke waarde van het leven van een mens. Deze waardering kan ook zeker niet geïnterpreteerd worden als een soort prijs. Deze waardering dient wel om tijdens het beslissingsproces een verantwoorde keuze te kunnen maken tussen projecten waarbij een verschillend aantal slachtoffers vermeden worden en de kapitaalkost van de investering ongelijk is voor de verschillende projecten. Ook wanneer slachtoffers niet op eenzelfde moment bespaard kunnen worden, of wanneer investeringen in verkeersveiligheid belangrijke effecten hebben op het milieu of congestie, is een waardering van een mensenleven noodzakelijk om de juiste keuze te maken. Er bestaan verschillende methoden om zo’n waardering uit de drukken. De outputmethoden zijn een eerste, ook historisch gezien, groep van methoden die in aanmerking komen om zo’n waarde te berekenen. Twee belangrijke outputmethoden zijn beschikbaar: de human capital benadering en, gelijkaardig, de cost of illness benadering. De human capital methode geeft een waarde voor een mensenleven gebaseerd op de verwachte toekomstige stroom van inkomsten van een individu. De cost of illness benadering voegt, ten opzichte van de human capital benadering, hier nog de medische kosten aan toe. Deze beide methoden hebben als belangrijkste nadeel dat ze geen waarde geven aan individuen die over geen inkomen beschikken (kinderen, gepensioneerden of werklozen). Bovendien wordt de veronderstelling gemaakt dat de waarde van een leven bepaald wordt door de economische productiviteit die iemand heeft. Er wordt bijgevolg geen rekening gehouden met waarden voor vrije tijd, of de waarde die een persoon betekent voor iemand anders. Bovendien blijkt bij concrete berekeningen dat de eenvoud van de berekening, wat het belangrijkste argument is voor deze beide methoden, niet zo voor de hand liggend is. Een aantal andere outputmethoden (levensverzekering, vergoeding door rechtbanken ten gevolge van een “wrongful death”, impliciete waardering of tijdswaardering) zijn niet bruikbaar omdat ze een weerspiegeling zijn van consumptie en niet waarde, een gebrek aan consistentie vertonen of omdat ze eigenlijk geen waarde geven aan veiligheid. Een tweede groep van methoden leidt de waarde voor een mensenleven af uit het werkelijke gedrag van personen. Er wordt met name gekeken naar de compensatie die werknemers krijgen bij het uitoefenen van een gevaarlijke baan (dit is de hedonistische loonvergelijking) of naar de middelen die mensen besteden aan producten om de veiligheid te verhogen (in dit geval spreekt men van ontwijkingsgedrag). Het belangrijkste probleem bij de hedonistische loonvergelijking is dat de personen die aanmerking komen waarop de waarde voor een mensenleven kan gebaseerd worden, niet representatief is. In het bijzonder gaat het over jonge mensen die minder risico avers zijn. Ook worden een aantal assumpties gemaakt met betrekking tot de arbeidsmarkt, die niet evident zijn: mensen hebben een perfect beeld op de extra onveiligheid waarmee zij geconfronteerd worden, een sterke mobiliteit binnen de arbeidsmarkt is aanwezig. Tenslotte is het hogere loon het resultaat van verschillende factoren, waarvan het verhoogd ongevals-/overlijdensrisico slechts één component is. Een waardering die is afgeleid uit ontwijkingsgedrag heeft als belangrijk nadeel dat het aantal producten waarop zo’n waardering kan gebeuren, beperkt is. Een derde groep van methoden peilt naar de bereidheid van ondervraagde respondenten om middelen te besteden om een risico op een verkeersongeval te verminderen. De contingente waardering is een eerste belangrijke methode. Deze methode heeft als belangrijke voordelen dat: • de markt kan gecreëerd worden door de onderzoekers, waardoor onderzoekers specifieke kenmerken kunnen opgenomen worden; • de selectie van respondenten kan zodanig gebeuren dat ze representatief is voor de hele bevolking. De belangrijkste nadelen van de contingente waardering zijn: • het hypothetisch gedrag waarop contingente waardering gebaseerd is, wat leidt tot de mogelijkheid dat in werkelijkheid de bereidheid om te betalen lager is. De afwijking tussen de bereidheid zoals gemeld in het onderzoek en zoals in werkelijkheid kunnen veroorzaakt worden door free rider gedrag; • het absolute niveau van risico is zo klein dat respondenten niet op een rationele manier deze risico’s beoordelen. Een foute beoordeling kan leiden tot grote verschillen in waardering; • de mogelijkheid tot een stabiele bereidheid tot betaling, ongeacht het niveau van risico-vermindering. Dit ontstaat wanneer respondenten het onderzoek zien als een mogelijkheid om morele satisfactie af te kopen. De contingente waardering is een onderzoeksmethode die reeds zeer veel gebruikt is. De evolutie in het onderzoeksdesign hebben ertoe geleid dat een aantal belangrijke problemen opgelost konden worden, of getest konden worden op hun aanwezigheid vanuit de data. De methoden die nog volgen hebben ook hun voordelen, doch lijken nog niet in voldoende mate toegepast om heel betrouwbare of voldoende nauwkeurige resulaten op te leveren. Daarom is gekozen om de waardering in dit rapport te baseren op een contingente waardering. De tweede methode die peilt naar de bereidheid tot betalen is de conjoint analyse. Vanuit een keuze tussen verschillende alternatieven kan een waardering voor een statistisch mensenleven afgeleid worden. Dit gebeurt door te kijken naar de trade-off die respondenten maken tussen het attribuut dat de kostprijs bevat en de risico-reductie. Een laatste groep methoden leidt de waardering voor een mensenleven af uit de waarde die uitgedrukt is voor een risico-vermindering van een ander type ongeval. De standaard-gok methode is hier een illustratie van. De respondent wordt gevraagd te kiezen tussen twee alternatieven: een zekere staat van niet perfecte gezondheid enerzijds, en een behandeling waarbij er een bepaalde kans is dat men overlijdt of een normale gezondheid bereikt. De lagere complexiteit voor respondenten is, ten opzichte van de andere onderzoeksmethoden een belangrijk voordeel. Dit leidt ook tot een hogere responsgraad. Ook speelt het inkomen geen rol bij de kueze door respondenten. Aanwezige risico-aversie van respondenten kan echter leiden tot zeer hoge waarderingen. In dit onderzoek is gekozen voor de contingente waardering. Bij deze methode wordt de waardering voor een mensenleven afgeleid uit de middelen die mensen bereid zijn op te offeren voor risicoreducties in verkeersonveiligheid. In het rapport is vertrokken van de basiswaarden zoals geformuleerd binnen het UNITE-onderzoek. Deze waarde dient aangepast te worden naar het heden. Er wordt gecorrigeerd voor inflatie en reële groei. Deze reële groei wordt afgeleid uit de reële groei van het BBP per capita en het bruto nationaal inkomen. Op basis van het BBP per capita is een waarde van 1,981 miljoen euro in 2003 vastgesteld. Via de reële groei in het bruto nationaal inkomen is een waarde van 2,006 miljoen euro van toepassing. Een derde maatstaf, het huishoudbudgetonderzoek, is wel doorgerekend, maar blijkt niet bruikbaar omwille van gebrek aan gegevens in het verleden. Een opvolging van het huishoudbudgetonderzoek kan in de toekomst waarschijnlijk wel leiden tot een goede maatstaf voor groei. In de basisberekeningen is gebruikt gemaakt van een inkomenselasticiteit van 1 en een discontovoet van 4%. Voor de beide maatstaven is een projectie gemaakt van de reële groei en nadien doorgerekend op de waarde van een statistisch mensenleven. Wat betreft de groei in het reëel bruto nationaal inkomen werd een groei geschat van 1,82% in 2003 tot 1,18% in 2033. Dit leidde tot een netto contant waarde van statistisch mensenleven van 2,006 miljoen Euro in 2003 tot 0,949 miljoen Euro in 2033. Ook is de projectie van het Bruto Binnenlands Product weerhouden. Op basis van de projecties van het BBP per capita (1,52% in 2003 tot 1,04% in 2033) evolueert de netto contante waarde van een statistisch mensenleven van 1,981 miljoen euro in 2003 naar 0,885 miljoen euro in 2033. Rekening houdend met de onzekerheid over de evolutie in het reëel bruto nationaal inkomen is vast te stellen dat slechts in beperkte mate de waarde zou afwijken: rekening houdend met een betrouwbaarheidsinterval van 95% met betrekking tot de evolutie in het reëel nationaal inkomen evolueert de waarde van een statistisch mensenleven naar 0,874 miljoen euro en 0,896 miljoen euro. De groei in het BBP per capita bedraagt dan respectievelijk 1,01% en 1,07% in 2033. Voor de sensitiviteitsanalyse werd het BBP per capita weerhouden als indicator voor groei, wat neerkomt op een hogere waarde voor een statistisch mensenleven omwille van de inkomenselasticiteit. Uit de sensitiviteitsanalyse, waarbij een minimale en maximale variant is uitgerekend voor de discontovoet, de inkomenselasticiteit en de basiswaarde voor een statistisch mensenleven, blijkt dat de keuze van basiswaarde voor statistisch leven het belangrijkste criterium is. Dit is niet verwonderlijk. Nadien heeft de inkomenselasticiteit de belangrijkste impact op de waarde van een statistisch mensenleven. Vooral voor de waardering van vermeden slachtoffers op de korte en middenlange termijn is dit de parameter die een grote invloed heeft. Wat betreft slachtoffers die verder in de toekomst vermeden worden door investeringen in verkeersveiligheid, kan gesteld worden dat de consensus over de inkomenselasticiteit belangrijker is dan een consensus over de discontovoet.
Notes: URL:http://www.steunpuntmowverkeersveiligheid.be/nl/modules/press_publications/show_publication.php?id=72
URI: http://hdl.handle.net/1942/5233
Link to publication: http://www.steunpuntmowverkeersveiligheid.be/nl/modules/press_publications/show_publication.php?id=72
Category: R2
Type: Research Report
Appears in Collections: Research publications

Files in This Item:

Description SizeFormat
Published version848.36 kBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.