www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/3680

Title: Stimulering van energiezuinig bouwen bij particulieren in Vlaanderen
Authors: VANHEES, Kristel
Advisors: VANDEMAELE, S.
Issue Date: 2007
Abstract: Het energieverbruik van gebouwen is verantwoordelijk voor maar liefst 40% van het jaarlijks energieverbruik in België en in Europa (Hens en Verbeeck, 2002). Het spreekt dus voor zich dat er via de woningbouw belangrijke reducties in het energieverbruik en de CO2-uitstoot kunnen gerealiseerd worden. Dit kan door de bouw van energiezuinige woningen. Eerst en vooral wordt kort ingegaan op wat energiezuinig bouwen precies inhoudt. Enkele belangrijke begrippen met betrekking tot energiezuinig bouwen, komen aan bod, alsook enkele energiezuinige maatregelen. Bij de stimulering van energiezuinig bouwen kan gebruik worden gemaakt van drie soorten instrumenten: juridische, financiële en sociale instrumenten. Een goede stimuleringsstrategie bevat instrumenten van iedere soort. Onder juridische instrumenten vallen de wet- en regelgeving met betrekking tot energiezuinig bouwen. Door middel van wet- en regelgeving kunnen particulieren verplicht worden om energiezuinig te bouwen. De energieprestatieregelgeving en het energieprestatiecertificaat zijn twee juridische instrumententen ter stimulering van energiezuinig bouwen, die op het niveau van de Vlaamse overheid worden georganiseerd. Financiële instrumenten kunnen worden ingezet om energiezuinig bouwen financieel aantrekkelijker te maken voor bouwers en verbouwers. In Vlaanderen kunnen bouwers en verbouwers aanspraak maken op premies voor energiezuinige investeringen. Deze premies komen vanuit verschillende hoeken, namelijk de federale overheid, de Vlaamse overheid, de provinciebesturen, de gemeentes en de distributienetbeheerders. Sociale instrumenten kunnen worden ingezet om individuen en organisaties te overtuigen zich vrijwillig milieuvriendelijker te gedragen. Sociale beleidsinstrumenten kunnen onderverdeeld worden in twee categorieën: passieve en actieve communicatie. Bij passieve communicatie gaat het om communicatie in één richting. Er bestaat geen interactie tussen de zender en de ontvanger van de communicatie. Voorbeelden van passieve communicatie zijn folders, affiches, TV-spots,… Bij actieve communicatie is er wel interactie tussen de zender en de ontvanger van de informatie. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van vorming of advies. In dit eindwerk wordt ook gekeken naar de Nederlandse beleidsinstrumenten ter stimulering van energiezuinig bouwen. Nederland is immers volgens Melchert (2007) doorheen de jaren een notabel voorbeeld geworden op het gebied van beleidsvoering rond energiezuinig bouwen. Ook hier worden de beleidsinstrumenten ingedeeld in juridische, financiële en sociale instrumenten. In dit eindwerk werd ook primair onderzoek verricht in de vorm van een survey onderzoek. Eerst wordt een gedetailleerde beschrijving van de onderzoeksstrategie gegeven. Hierbij wordt onder meer aandacht besteed aan de populatie, de steekproefgrootte, wijze van bevraging van de respondenten, … Daarna worden de data die verkregen werden uit de enquête verwerkt aan de hand van het statistische programma SPSS. Een eerste conclusie die getrokken wordt, is dat er meer respondenten zijn die een matige tot hoge intentie vertonen tot energiezuinig bouwen dan dat er respondenten zijn die een lage intentie vertonen tot energiezuinig bouwen. Vervolgens wordt gezocht naar factoren die een invloed hebben op de intentie tot energiezuinig bouwen van bouwers en verbouwers. Hierbij wordt uitgegaan van vier hypotheses. Alle hypotheses worden bevestigd maar de invloed van de factoren blijkt minder sterk dan verwacht. De eerste hypothese stelt dat indien bouwers en verbouwers meer overtuigd kunnen worden van het belang van de milieuproblematiek, hun intentie tot energiezuinig bouwen zal stijgen. Hypothese 2 stelt dat indien men bouwers en verbouwers kan overtuigen dat energiezuinig bouwen niet altijd duurder is, dit ervoor zal zorgen dat meer mensen energiezuinig gaan bouwen. Hypotheses 3 en 4 stellen dat wanneer bouwers en verbouwers beter geïnformeerd worden over energiezuinig bouwen en de subsidies voor energiezuinig bouwen, hun intentie tot energiezuinig bouwen zal stijgen. Subsidies voor energiezuinig bouwen blijken ook erg belangrijk te zijn bij de stimulering van energiezuinig bouwen. Het is duidelijk dat er veel gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid tot belastingaftrek voor een aantal energiezuinige investeringen. Ongeveer 80% van de respondenten die investeerden in hoogrendementsketels, hoogrendementsbeglazing, fotovoltaïsche zonnepanelen of geothermische warmtepompen vroegen hiervoor ook een belastingaftrek aan. Bij de belastingaftrek voor zonneboilers bedraagt dit percentage zelfs 90%. Enkel bij de belastingaftrek voor dakisolatie en thermostatische kranen is dit percentage opvallend lager met respectievelijk 65% en 50%. In het onderzoek wordt verder ook de rol van architecten en bouwmaatschappijen bij de stimulering van energiezuinig bouwen nagegaan. Zij zouden aangezet moeten worden om hun klanten te stimuleren tot energiezuinig bouwen. Ten slotte wordt gekeken naar de intentie tot energiezuinig bouwen in de vijf Vlaamse provincies. Uit de enquête, die representatief is voor Vlaanderen, blijkt dat er verschillen zijn tussen de provincies. Limburgse bouwers hebben de hoogste intentie tot energiezuinig bouwen. Daarna volgen de provincies Vlaams-Brabant en Antwerpen. Oost- en West-Vlaanderen scoren het minst goed wat betreft de intentie tot energiezuinig bouwen. Aan het einde van dit eindwerk worden conclusies en aanbevelingen geformuleerd.
Notes: 2de licentie TEW - major Accountancy en financiering
URI: http://hdl.handle.net/1942/3680
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A823.18 kBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.