www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/3117

Title: Het economisch beleid van de Europese Unie met betrekking tot ondernemerschap, toegepast op Belgische ondernemers in Polen
Authors: HERMANS, Nele
Advisors: TORFS, N.
Issue Date: 2007
Publisher: UHasselt
Abstract: Om de Europese Unie (EU) zoals die nu is te kunnen begrijpen, moeten we teruggaan tot een belangrijk moment in diens geschiedenis: het Verdrag van Rome. Bij de opstelling van dit Verdrag, werd aan de Europese Economische Gemeenschap een welbepaalde taak opgedragen die zij zich tot doel heeft gesteld. Deze luidt: “door het instellen van een gemeenschappelijke markt en door het geleidelijk nader tot elkaar brengen van het economisch beleid van de lidstaten een harmonische ontwikkeling van de economische activiteit in de gehele Gemeenschap, een gestadige en evenwichtige expansie, een grotere stabiliteit, een toenemende verbetering van de levensstandaard en nauwere betrekkingen tussen de in de Gemeenschap verenigde staten te bevorderen” Dit brengt ons bij het nog steeds zeer actuele thema ‘solidariteit’ binnen de steeds groeiende Europese Unie. De grondslag van dit solidariteitsprincipe is de overdracht van middelen van de rijkere landen naar minder welvarende zodat deze sneller kunnen groeien naar het niveau van de andere Europese lidstaten. Op die manier kan er in de gehele EU eenzelfde welvaartsniveau bereikt worden. Het opstarten van een bedrijf door een burger uit een rijkere lidstaat in een ander EU-land dat minder welvarend is, is een manier om dit te bewerkstelligen, aangezien ondernemerschap op verschillende manieren bijdraagt tot het verbeteren van de economische situatie en het verhogen van het welvaartsniveau van een land. Aangezien burgers uit rijkere landen kapitaalkrachtiger zijn, zouden zij eerder in staat kunnen zijn om een bedrijf in dat land op te starten. Voor het praktijkonderzoek koos ik voor een land van de EU-10, de tien landen die tegelijk toegetreden zijn in 2004. Dit omdat er in deze landen al enige tijd overheen gegaan is om maatregelen van de Unie te laten doordringen. Aangezien de meeste Belgische ondernemers die actief zijn in het buitenland zich in de landen Polen, Hongarije en Tsjechië bevinden, besloot ik voor één van deze landen te kiezen. In Polen is er nog veel ruimte voor verbetering, wat blijkt uit verschillende cijfergegevens met betrekking tot de hele EU. Deze cijfers geven weer dat Polen zich op economische vlak vaak op één van de laatste plaatsen bevindt. Dit maakt dat dit land het meeste gebaat zou zijn met een verbetering van de situatie en bijgevolg een interessant studieobject is. Om het onderzoek te beginnen, is het noodzakelijk inzicht te krijgen in de Europese Unie en haar werking. Daarom wordt deze besproken in hoofdstuk 2. Er wordt dieper ingegaan op de Europese Unie, haar leden, haar werking via de instellingen en haar doelstellingen. In het derde hoofdstuk worden twee belangrijke aspecten van het economische beleid van de Unie toegelicht. Zo is er de Interne Markt, dat de Europese Unie in de praktijk voelbaar maakt en een zeer belangrijke rol speelt voor ondernemingen. Ook wordt hier de Lissabonstrategie besproken. Het doel van deze strategie is om in 2010: “de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te worden die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang”. De EU geeft door deze strategie haar belangrijkste doelstelling aan voor de komende jaren: werkgelegenheid verbeteren en de economische groei verhogen. In deze strategie wordt aangehaald dat het ondernemerschap een belangrijke rol speelt in het bereiken van de doelstellingen. De Commissie erkent dat het Europese klimaat niet geschikt is om ondernemerschap te stimuleren. Men tracht dit klimaat te verbeteren door verschillende acties. Hier wordt in hoofdstuk 4 meer aandacht aan besteed. Het algemene beleid van de EU met betrekking tot kleine en middelgrote ondernemingen uit zich vooral in drie actiedomeinen: het verminderen van de administratieve verplichtingen, het verbeteren van de toegang tot financiering en het negatieve imago wegwerken. Er wordt ook dieper ingegaan op de structuurfondsen van de EU die bijdragen tot het bereiken van de solidariteitsdoelstelling en de implementatie ervan in Polen. In het laatste onderdeel van de literatuurstudie wordt dieper ingegaan op het land van mijn keuze: Polen. Wanneer dit land onder de loep genomen wordt, blijkt inderdaad dat het niet zo’n economisch stabiel en hoogstaand land is zoals bijvoorbeeld België. Dit uit zich onder meer in de werkgelegenheidsgraad, dat het laagste van de Unie is met 54,5 procent, het vrij lage brutoloon (gemiddeld ongeveer 775 euro per maand in 2007) en het BBP per capita dat een van de laagste is van de Unie: het bevindt zich op ongeveer 54 procent van het gemiddelde in de EU. Ook wordt hier de cultuur van Polen besproken en de belangrijkste verschilpunten met België. Vervolgens worden de meest voorkomende ondernemingsvormen besproken: de Sp. z o.o. (vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) en de Sp. a. (naamloze vennootschap) en hoe deze opgericht dienen te worden. Het tweede deel van mijn thesis beslaat een praktijkonderzoek. Ik heb ervoor gekozen om Belgische ondernemers met een KMO in Polen te bevragen. Het bleek moeilijker dan gedacht om deze mensen te bereiken. De bedoeling van deze interviews was het bevragen van hun ervaringen met de EU en haar programma’s en de invloed die zij speelden in hun keuze. Het werd echter al snel duidelijk dat deze ondernemers nauwelijks op de hoogte zijn van deze programma’s en dat zij zeer weinig gebruik maken van de diensten van de EU. Het lidmaatschap van Polen tot de EU speelde dan ook maar een zeer kleine rol in hun beslissing daar een bedrijf op te richten. Van doorslaggevende aard is het potentieel dat de markt biedt, al dan niet samenhangend met lidmaatschap van de EU. De voor mijn onderzoek ondervraagde personen zijn van mening dat de EU onvoldoende doet om ondernemerschap te stimuleren. Zij ervaren deze programma’s vooral als toegankelijker voor grote bedrijven omwille van de bijkomende kost en tijdsinvestering die ze met zich meebrengen. Uit mijn literatuurstudie blijkt echter dat de EU heel wat doet om ondernemerschap te stimuleren en hierbij bijzondere aandacht schenkt aan kleine en middelgrote ondernemingen. De programma’s bestaan, ze blijken de ondernemers echter niet te bereiken. Iets wat ik zelf ervaren heb bij mijn zoektocht naar deze programma’s, is het gebrek aan eenduidige informatie.
Notes: 2de licentie TEW - major Integrerend ondernemerschap
URI: http://hdl.handle.net/1942/3117
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A1.04 MBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.