www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/2844

Title: Socio-economische analyse van de melksector in Nicaragua. Gevalstudie : gemeente Muy Muy
Authors: SPEIJER, Kim
Advisors: DE GROOTE, P.
Issue Date: 2007
Publisher: UHasselt
Abstract: Nicaragua mag dan het grootste land van de Centraal-Amerikaanse regio zijn, tegelijk neemt het de voorlaatste plaats in op de indeling van de Wereldbank naar het inkomen per capita. Dat Nicaragua een typisch ontwikkelingsland is, uit zich ondermeer op economisch vlak waar de primaire sector fundamenteel blijkt: de Nicaraguaanse economie wordt namelijk bijna geheel gedragen door de productie en export van agrarische producten. De veeteelt neemt dan ook een aanzienlijk aandeel aan binnen het nationale Bruto Binnenlands Product. De nationale kudde telt ruwweg 2,7 miljoen runderen, die verspreid over 96.000 fincas, de bevolking in voedsel, werkgelegenheid en inkomsten voorzien. Ongeveer één kwart hiervan is geschikt voor het produceren van melk. Volgens de data van het MAGFOR (2001) concentreren deze melkkoeien zich in bepaalde zones, waaronder het departement Matagalpa dat met één tiende van het totale aantal melkkoeien instaat voor één vijfde van de nationale melkproductie. De gemeente Muy Muy, waar het veldonderzoek plaatsvond, is gelegen in Matagalpa en vormt samen met Boaco, Matiguás en Rio Blanco één van de belangrijkste 'melkgordels' van het land. In Muy Muy situeert zich tevens het verzamelcentrum voor melk van Nitlapán, het onderzoeksinstituut verbonden aan de Centraal-Amerikaanse Universiteit (UCA) te Managua dat het verbeteren van de situatie van de plattelandsbevolking als hoofddoelstelling heeft. Dankzij het samenwerkingsverband met Nitlapán was het mogelijk om het socio-economisch belang van de melksector in Muy Muy te onderzoeken. De Nicaraguaanse zuivelproducten zijn niet enkel present op de nationale markt, maar maken tevens een substantieel deel van de exportmand uit. Vooral dankzij de uitvoer van kazen naar Honduras en El Salvador heeft Nicaragua zich weten te positioneren als hoofdexporteur op de Midden-Amerikaanse zuivelmarkt. De commerciële openstelling van deze regio (door de ondertekening van talrijke handelsovereenkomsten) in combinatie met de sterke landbouwtraditie die het land karakteriseert, heeft deze positie van Nicaragua als netto-exporteur meebepaald. Maar ondanks het belang van de melksector blijft deze omwille van technologische, institutionele en commerciële beperkingen gehinderd in haar ontwikkeling. De productiviteit binnen de melksector blijft tot op heden, in vergelijking met andere landen, bijzonder laag: een koe produceert er gemiddeld slechts 2,5 à 3,5 liter per dag. De geproduceerde hoeveelheid is daarenboven onderworpen aan sterk uitgesproken seizoenen. Nicaragua telt namelijk twee jaargetijden: de zomer, gekenmerkt door aanhoudende perioden van droogte, en de winter, getypeerd door tropische regenbuien. Deze discrepanties in de hoeveelheid neerslag vertalen zich in een schommelende melkproductie aangezien regen het beschikbare aanbod groenvoer voor de kudde determineert. Tijdens het droogseizoen betekenen de neerslagvariaties een verminderde voeding voor de melkkoeien en bijgevolg een verlaagde productie. Dit terwijl het voedingspatroon een essentiële schakel binnen de productiepiramide is, aldus Pinheiro Milenio (2004). De afgenomen productie impliceert een kleiner aanbod melk, waardoor de melkprijs de hoogte in schiet. Tegelijk blijft de vraag min of meer constant waardoor Nicaragua genoodzaakt is over te gaan op de invoer van poedermelk om zo de behoeften van de markt te kunnen blijven bevredigen. Tijdens het regenseizoen daarentegen doet het omgekeerde fenomeen zich voor. Het melkaanbod stijgt en de prijs daalt dusdanig dat sommige melkboeren het economisch niet langer haalbaar achten om hun productie voort te zetten. Oplossingen voor bovengenoemde problemen zijn derhalve tweeledig: enerzijds dienen de nodige investeringen gedaan te worden zodat het productiviteitsniveau - en bijgevolg het aanbod - het hele jaar door stabiel blijft. Anderzijds moet tevens de melkprijs gestabiliseerd worden. De eerste oplossing resulteert normalerwijze in de tweede, maar ondersteuning van de overheid in de prijszetting is zeker aan de orde. Nu de globale opwarming van de aarde zo goed als een feit is, moet evenzeer een mogelijk wijzigend klimaat in rekening gebracht worden. Deze klimatologische verandering kan voor Nicaragua en haar primaire sector zowel positieve als negatieve resultaten creëren. Wat ook de uitkomst van dit zogenaamde broeikaseffect moge zijn, inbreng in het omkaderende netwerk van factoren die effect sorteren op de sector is essentieel. In deze context dient verder de ontbossingproblematiek vermeld te worden. Ontbossing is het gevolg van de Nicaraguaanse (extensieve) methode om de productiviteit te verhogen; rendementsstijgingen in de melkproductie zijn bijna uitsluitend te wijten aan de uitbreiding van de weilanden ten koste van de bosrijke gebieden. Daarenboven leidt ontbossing tot bodemdegradatie en dus tot de grotere oppervlakte om dezelfde productieresultaten te verkrijgen. Een gepaste wetgeving hieromtrent is dus zeker op zijn plaats. Naast de knelpunten in verband met het melkaanbod mag de vraagzijde zeker niet over het hoofd gezien worden. De consumptie van melk in Nicaragua ligt - vergeleken met andere landen - behoorlijk laag. Slechts 32 liter wordt gemiddeld door de Nicaraguanen in de vorm van zuivelproducten verbruikt. Groeikansen zijn hier dus legio; een nationale promotiecampagne kan dan ook een verhoogd zuivelconsumptieniveau betekenen. Immers, enkel en alleen wanneer de vraag mee opgevoerd kan worden, zijn investeringen in vernieuwde productietechnieken economisch te verantwoorden. De Nicaraguaanse boer wil namelijk zekerheid inzake de afiet van zijn producten alvorens tijd en moeite te steken in nieuwe technologieën. Om de producenten te overtuigen van het feit dat de voorgestelde investeringen - met een stijgende (inter)nationale vraag - zeker hun vruchten zullen afwerpen, is voldoende overredingskracht en doorzettingsvermogen nodig. Een Nicaraguaan is namelijk van nature uit vrij terughoudend en bijgevolg afkerig tegenover elke vorm van verandering. Verder heeft de Nicaraguaanse bevolking een vrij kortzichtige visie, hetgeen de implementatie van wijzigingen in de manier van produceren en handeldrijven eveneens compliceert. Politieke instabiliteit, armoede, burgeroorlogen en natuurrampen zijn slechts enkele elementen die het conservatieve gedrag van de Nicaraguaan mede verklaren. De nasleep van decennia van stagnatie en recessie duurt immers nog steeds voort. Het hoeft daarom geen betoog dat evenzeer een educatief (om het gebrek aan know-how te reduceren) en een sociaal zekerheidsstelsel binnen deze context noodzakelijk zijn om vooruitgang te kunnen boeken. Een ander aspect dat verband houdt met de expansie van de afzetmarkt is de kwaliteit van de producten. Voornamelijk de export van zuivelproducten wordt omwille van de slechte kwaliteit van de aangeboden waren belemmerd. De invoerende landen eisen namelijk dat de producten aan bepaalde sanitaire en hygiënische normen voldoen. De strengere voorwaarden inzake de deugdelijkheid van de zuivelproducten vormen derhalve een hinderpaal voor de melksector in Nicaragua. Kwaliteitsverhogende procedures zijn daarom cruciaal. Enkel wanneer de markt de producenten motiveert (vooral via financiële prikkels; wij denken hierbij voornamelijk aan prijszetting naar kwaliteit) zullen deze spelers binnen de waardeketen zich bewust worden van de onvermijdelijke aanpassing in hun manier van produceren. De richtlijnen van het ordeño limpio (het zuivere melkproces) staan in dit kader centraal. Wat de waardeketen van melk betreft onderscheiden wij in Nicaragua vier verschillende types, afhankelijk van de weg die de grondstof aflegt alvorens in de gewenste vorm de eindconsument te bereiken. Zo heeft de melkboer de keuze om zijn product ofwel rechtstreeks op de lokale markt aan te bieden ofwel aan de plaatselijke kaasboer (hetzij artisanaal, hetzij industrieel) of aan de verzamelcentra voor melk te verkopen. Coördinatie en communicatie tussen de verschillende spelers van deze value chain zijn twee belangrijke begrippen opdat kennis en vaardigheden uitgewisseld kunnen worden. Het optimaliseren van de gehele keten brengt immers een beter resultaat weer dan wanneer enkel naar één enkele schakel gekeken wordt. Om een vlotte goederen- en informatiestroom doorheen de volledige keten te verzekeren, dienen de bevoegde autoriteiten daarom te investeren in de aanleg (en het onderhoud) van een toereikend wegen-, energie- en communicatienetwerk. Daarnaast is het onontbeerlijk aan een overheid die een duurzaam, strategisch beleid voert met de lokale ontwikkeling als doel, die op zijn beurt dan als katalysator voor de nationale economie fungeert. Een institutioneel, ondersteunend kader ter bevordering van rechtszekerheid en democratisering vormt zonder meer een integraal deel van het transformatie- en reconstructieproces naar een betere toekomst. Velen zijn er dus van overtuigd dat de ontplooiing van de agrarische sector de uitweg voor Nicaragua uit zijn economische en sociale lamentabele situatie kan betekenen. Om echter de groei van de nationale economie uit de rurale ontwikkeling te laten voortvloeien zijn structurele veranderingen op een varia aan raakpunten noodzakelijk. Resultaten zullen echter pas op lange termijn zichtbaar worden: volgehouden, duurzaam, strategisch beleid is met andere woorden de boodschap.
Notes: 3de jaar Handelsingenieur - major Operationeel management en logistiek
URI: http://hdl.handle.net/1942/2844
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A2.71 MBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.