www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/2591

Title: Overheidsmaatregelen ter verbetering van de combinatie werk en privé-leven.
Authors: BUSSELS, Ine
Advisors: VAN HAEGENDOREN, M.
VAN AERSCHOT, M.
Issue Date: 2007
Publisher: UHasselt
Abstract: Tijd is een schaars gegeven geworden. Onze samenleving draait en verandert sneller dan we ons kunnen voorstellen en daarmee wordt de roep om onthaasting steeds Luider. Tweeverdieners dromen ervan om even uit alle drukte te ontsnappen. Alleenstaande ouders snakken er enorm naar.- En de politici, die werken eraan...voor anderen. Tijd is tot een nieuwe luxe uitgegroeid in onze maatschappij. Indien mensen de keuze willen maken om te onthaasten, is er een beleid nodig dat hen die mogelijkheden geeft. De overheid heeft al behoorlijk wat inspanningen gedaan om de combinatie tussen werk en privéleven te verzoenen. Hierbij denken we in eerste instantie aan het stelsel van tijdskrediet en loopbaanonderbreking. Het doel van deze eindverhandeling is een uitgebreid overzicht te geven van de mogelijkheden die de overheid aanbied om via loopbaanonderbreking en tijdskrediet tot een betere verzoening van werk en privé-leven te komen. In het eerste hoofdstuk gaan we dieper in op het praktijkprobleem dat zich stelt, namelijk dat er veel onduidelijkheid bestaat over de regelgeving betreffende tijdskrediet en loopbaanonderbreking. Het blijkt zelfs dat de ambtenaren van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening er soms niet meer wijs uit raken (Van der Kelen, 2006). Daarom trachten we in deze eindverhandeling, aan de hand van een Literatuurstudie en een Documentenanalyse, de verschillende stelsels duidelijk uiteen te zetten. Wat we nastreven is dat iedere werknemer, ongeacht of hij werkzaam is in de privé-sector of in de openbare sector, deze eindverhandeling kan vastnemen om uit te zoeken waar hij recht op heeft met betrekking tot tijdskrediet en loopbaanonderbreking. We zijn dan ook gekomen tot de volgende centrale onderzoeksvraag: "Welke zijn de overheidsmaatregelen ter verbetering van de combinatie werk en privé-leven?" We bespreken de formule tijdskrediet in het tweede hoofdstuk. Deze nieuwe regeling, die de loopbaanonderbreking voor de privé-sector vervangt, heeft niet langer tot doel een tewerkstellingsmaatregel te zijn. De verplichte vervanging waarvan sprake was in het oude stelsel van loopbaanonderbreking, wordt zelfs volledig afgeschaft. Belangrijk om te weten, is dat het stelsel van tijdskrediet niet op iedereen van toepassing is. Enkel de privé-sector heeft de overstap gemaakt naar het tijdskrediet; de openbare sector blijft vallen onder de algemene bepalingen van de herstelwet van 22 januari 1985. Onder de algemene benaming van tijdskrediet vallen drie verschillende stelsels, namelijk het tijdskrediet in de strikte zin (volledige of halftijdse onderbreking), de loopbaanvermindering met een vijfde en het bijzondere recht op loopbaanvermindering voor 50-plussers. Deze drie stelsels zullen in het tweede hoofdstuk elk afzonderlijk worden besproken. Verder besteden we nog aandacht aan de komst van het Generatiepact dat ook maatregelen bevat die een invloed hebben op de regeling betreffende tijdskrediet. We sluiten het hoofdstuk af door een profiel te maken van een onderbreker die zijn arbeidstijd aanpast door tijdskrediet op te nemen. Een belangrijke vaststelling is dat het succes van het tijdskrediet volledig te danken is aan de mogelijkheid om loopbaanvermindering op te nemen. Daarnaast zien we dat de meerderheid van de werknemers die tijdskrediet opnemen ouder zijn dan 50 jaar. Zij zien de mogelijkheid om hun arbeidsprestaties te verminderen of te onderbreken als een ideale Landingsbaan naar hun pensioen of brugpensioen. De loopbaanonderbreking in de openbare sector komt in het derde hoofdstuk aan bod. Deze regelgeving kunnen we echter niet in één mooi geheel gieten. Er bestaat immers geen reglementering die van toepassing is op alle personeelsleden werkzaam in de openbare sector. Daarom hebben we ervoor geopteerd om iedere reglementering afzonderlijk te bespreken. Het zal in dit hoofdstuk duidelijk worden dat er verschillen bestaan in de toepassing van de Loopbaanonderbreking binnen de openbare sector. Er wordt vaak gewerkt met kaderbesluiten die de mogelijke vormen van loopbaanonderbreking, de hiermee overeenstemmende onderbrekingsuitkeringen en de cumulatieregels bepalen. Het is echter niet zo dat hetgeen bepaald is in het kaderbesluit, automatisch kan worden opgenomen door de personeelsleden die behoren tot het toepassingsgebied van dit besluit. De bevoegde overheid bepaalt immers zelf in welke mate van dit 'kader' gebruik kan gemaakt worden en van welke vormen van loopbaanonderbreking haar personeelsleden gebruik kan maken. We sluiten ook dit hoofdstuk af door een profielschets op te maken. De belangrijkste bevinding hierbij is de opvallende minderheid van mannen die gewone loopbaanonderbreking nemen, namelijk 26%. Bij tijdskrediet is dit verschil tussen mannen en vrouwen niet zo uitgesproken. In het vierde hoofdstuk laten we de bijzondere vormen van loopbaanonderbreking, de thematische verloven, aan bod komen. Deze verloven kunnen zowel door de werknemers uit privésector als uit de openbare sector opgenomen worden. Er bestaan drie soorten thematische verloven: het palliatief verlof, het verlof in het kader van de medische bijstand en het ouderschapsverlof. Deze drie vormen worden dan ook elk afzonderlijk besproken in het hoofdstuk. Het palliatief verlof kan worden opgenomen om verzorging en bijstand (medisch, sociaal, administratief en psychologisch) te verlenen aan personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een terminale fase bevinden. Het verlof in het kader van de medische bijstand heeft tot doel de werknemers de mogelijkheid te geven om voor een zwaar ziek familielid te zorgen. Het ouderschapsverlof is een recht voor elke ouder, bovenop de vijftien weken moederschapsverlof en het vaderschapsverlof. Dit verlof is het meest populaire verlof onder de thematische verloven, zoals naar voren komt in de profielschets die we opstellen aan het einde van dit vierde hoofdstuk. Nadat we in de drie voorgaande hoofdstukken de maatregelen hebben besproken die een overheid ter beschikking stelt van een werknemer om zijn werk en privé-leven beter te combineren, maken we in het vijfde hoofdstuk een algemeen profiel op van een persoon die zijn arbeidstijd aanpast door tijdskrediet of loopbaanonderbreking te nemen. We stellen hierbij vast dat het aantal werknemers dat zijn arbeidstijd aanpast nog steeds stijgt. Hiervan neemt het tijdskrediet het grootste deel voor zijn rekening, namelijk 14,8% ten opzichte van 2,8% voor loopbaanonderbreking. Vervolgens stellen we ook vast dat de mannen een enorme inhaalbeweging aan het maken zijn sinds enkele jaren. Zij zijn steeds beter vertegenwoordigd, daar waar vroeger de overgrote meerderheid van de onderbrekers vrouwelijk waren. Verder merken we op dat maar liefst 70% van de onderbrekers woonachtig zijn in het Vlaamse Gewest, ver daarachter gevolgd door het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Wat betreft de leeftijdsklasse waartoe de onderbrekers behoren, zien we twee 'pieken' verschijnen. Dit is het geval bij de 25 tot 30-jarigen die van hun rechten gebruik maken om vooral wat extra tijd aan hun kroost te besteden. Dit wordt ook bevestigd in de profielschets van de thematische verloven, waar we zien dat het ouderschapsverlof een enorm succes kent bij deze leeftijdsklasse. De tweede leeftijdsklasse die sterk vertegenwoordigd is, zijn de 50-plussers. Zij nemen loopbaanvermindering of een volledige onderbreking om geleidelijk de overstap te maken naar het (brug-)pensioen. Ten slotte zien we dat de loopbaanvermindering (met een vijfde en met de helft) duidelijk de meest gekozen formule is van alle mogelijke stelsels. In het voorlaatste hoofdstuk gaan we dieper in op de bijzondere situatie van de zelfstandigen. Zij hebben van de overheid geen mogelijkheid gekregen om hun arbeidstijd aan te passen met behulp van loopbaanonderbreking of tijdskrediet. Men zou hiervoor als argument kunnen aanhalen dat zelfstandigen hun eigen baas zijn en daardoor de luxe hebben om zelf hun uren te bepalen, al moeten ze natuurlijk vaak wel harder werken dan een werknemer met een 'normaal' arbeidsregime. In het zesde hoofdstuk bespreken we enkele oplossingen die mogelijk tot een verbetering van de combinatieproblematiek voor zelfstandigen kunnen zorgen, zoals de bescherming van de arbeidstijd en de verdere harmonisering van het statuut van de zelfstandige in de richting van het statuut van de werknemers. We bespreken ook kort de mogelijkheid voor de vrouwelijke zelfstandige om een moederschapsverlof te nemen. Tijdens dit moederschapsverlof van zes weken moet de zelfstandige haar beroepsactiviteiten volledig opschorten. Die opschorting blijkt vaak een groot probleem te vormen voor iedere zelfstandige, man of vrouw, die de uitoefening van zijn job even willen stopzetten of verminderen. De zelfstandigen geven aan dat het een probleem vormt om een degelijke vervanger te vinden en deze dan ook nog op korte tijd op te leiden. In een tweede deel van het hoofdstuk trachten we, door middel van een formule die we zelf opgesteld hebben, te berekenen wat het zou kosten aan de overheid om de zelfstandigen een recht te geven op loopbaanonderbreking of tijdskrediet. Dit geeft als resultaat voor tijdskrediet een kostenraming van 6.629.724 euro per maand en voor loopbaanonderbreking komen we uit op een totaal van 5.906.718 euro per maand. In het zevende hoofdstuk maken we om af te ronden nog een algemeen besluit op. Daarin vestigen we de aandacht op enkele belangrijke conclusies.
Notes: 2de licentie TEW - major Beleidsmanagement
URI: http://hdl.handle.net/1942/2591
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A986.42 kBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.