www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
School for Life Sciences >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1918

Title: Fibularis neuropathie met dropvoet: anatomisch en radiologisch correlaat
Authors: Agten, Anouk
Advisors: WEYNS, F.
VANORMELINGEN, H.
ADRIAENSENS, P.
Issue Date: 2007
Publisher: tUL
Abstract: Situering en doel: Fibularis neuropathie is de meest voorkomende neuropathie van de onderste ledematen. Het presenteert zich meestal door middel van een dorsiflexie parese van de voetheffers (dropvoet). Meestal is dit een gevolg van een compressie van nervus fibularis profundus. Wanneer er ook sensorische symptomen optreden, is dit gewoonlijk te wijten aan een bijkomende uitval van n. fibularis superficialis. Fibularis neuropathie wordt meestal veroorzaakt door een ‘entrapment’ van deze zenuw ter hoogte van de fibulakop. De doelstelling van ons onderzoek is het zoeken naar micro- of macroanatomische elementen die de pathologie van een dropvoet kunnen verklaren. Methoden: Vijf humane preparaten werden gedissecteerd met de operatiemicroscoop. Hierbij werd de nadruk gelegd op de vascularisatie van n. fibularis communis en zijn twee eindtakken. Daarnaast werd een hoge veldsterkte MRI uitgevoerd op een preparaat met een intacte topografische relatie tussen n. fibularis en de fibula. De hoge veldsterkte MRI werd gevolgd door een histologische controle, een trichroomkleuring volgens Masson. Bovendien werden er klinische MRI beelden van een patiënt met een dropvoet ter beschikking gesteld van het onderzoek. Resultaten: In twee van de vijf preparaten werd tijdens de microdissectie een bloedvat voor n. fibularis gevonden in de fossa poplitea. In beide gevallen was dit bloedvat afkomstig van een musculaire tak van a. poplitea. In twee van de drie preparaten, waarvan het anterior compartiment van het onderbeen werd gedissecteerd, werd in deze regio een bloedvat gevonden voor n. fibularis. Met de hoge veldsterkte MRI en de histologie werd aangetoond dat n. fibularis profundus een hogere densiteit aan fascikels heeft dan n. fibularis superficialis. Daarnaast werd door middel van de MRI beelden duidelijk dat n. fibularis profundus dichter tegen fibula en de “scherpe” rand van de tunnel gelegen is dan n. fibularis superficialis. De klinische MRI beelden toonden aan dat er intraneuraal oedeem werd gevormd op het moment dat de zenuw de fibulaire tunnel binnen gaat. Conclusie: Vergeleken met andere zenuwen, zoals n. tibialis, is de vascularisatie van n. fibularis communis beperkt. Hierdoor is n. fibularis communis meer vatbaar voor ischemie wanneer er compressie optreedt op de zenuw. De vascularisatie, de ligging ten opzichte van andere structuren (fibulanek, fibulaire tunnel) en de micro-anatomie van de twee eindtakken van n. fibularis communis kunnen verklaren waarom n. fibularis profundus vaker en ernstiger betrokken is bij een fibularis neuropathie met dropvoet.
Notes: Master in de biomedische wetenschappen - klinische en moleculaire wetenschappen
URI: http://hdl.handle.net/1942/1918
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A4.06 MBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.