www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Research >
Research publications >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/19038

Title: Invloed van het Unierecht op persoonlijke belastingvoordelen van de grensoverschrijdende economisch actieve EU-persoon: quo vadimus?
Authors: NIESTEN, Hannelore
Issue Date: 2015
Citation: Tijdschrift voor Fiscaal Recht, 479, p. 284-305
Abstract: Het recht van economisch actieve EU-personen om in een grensoverschrijdende context persoonlijke en familiale (fiscale) voordelen effectief te verkrijgen, wordt sterk beïnvloed door het Unierecht, in het bijzonder de verdragsvrijheden en het non-discriminatiebeginsel. Dat blijkt wederom uit de meest recente rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna “HvJ”) in het arrest Imfeld en Garcet en het Grondwettelijk Hof (hierna “GwH”). De problematiek is terug te voeren op de afwezigheid van coördinerende of harmoniserende maatregelen inzake de toekenning van persoonlijke en familiale voordelen, waardoor de vraag open blijft of de woonstaat dan wel de werkstaat deze voordelen moet toekennen aan de grensoverschrijdende economisch actieve EU-persoon. Aan nieuwe ontwikkelingen in de rechtspraak, die overigens een verfijning vormen van de welgekende Schumacker-doctrine, tracht de Belgische fiscus op zijn beurt tegemoet te komen door een aangepast mechanisme dat belastingplichtigen ervan moet verzekeren dat hun persoonlijke en familiale situatie effectief in rekening wordt gebracht. Onder bepaalde voorwaarden kan een bijkomende belastingvermindering worden overgeheveld naar de andere echtgenoot. Het HvJ-arrest Imfeld en Garcet is een mooie aanleiding om de basisprincipes van de toekenning van persoonlijke en familiale voordelen in het grensoverschrijdend economisch werkverkeer te plaatsen tegen de achtergrond van de nieuwe ontwikkelingen in de Europese en nationale rechtspraak. Naar aanleiding van de jurisprudentiële ontwikkelingen blijven nog een aantal vragen open waarop wordt ingegaan. De bijzondere focus van deze bijdrage ligt in een kritische houding en evaluatie van de complexe en eigenzinnige administratieve circulaire van 1 juli 2014. Het wordt geargumenteerd dat de Belgische fiscus moeilijk in zijn opzet slaagt. De positie wordt ingenomen dat de lidstaten harmoniserende maatregelen moeten aannemen, wil men aan de nadelen (of voordelen) door de juxtapositie van 28 verschillende belastingstelsels tegemoet komen. Als alternatief voor de Schumacker-doctrine dient zich een stelsel van proportionele verdeling van de persoonlijke voordelen over de woon- en de werkstaat aan (de zogenaamde “fractionele belastingheffing”).
Le droit des personnes économiquement actives de l’UE d’obtenir effectivement des avantages personnels et familiaux dans un contexte (fiscal) international est fortement influencé par le droit de l’Union, en particulier les libertés garanties par le traité et le principe de non-discrimination. Cela ressort à nouveau de la jurisprudence la plus récente de la Cour de justice des Communautés européennes (ci-après “CJCE”) dans l’arrêt Imfeld et Garcet et de celle de la Cour constitutionnelle (ci-après « C.C. »). Cette problématique trouve son origine dans l’absence de mesures de coordination ou d’harmonisation relatives à l’attribution des avantages personnels et familiaux, ce qui fait que reste sans réponse la question de savoir si c’est l’Etat de résidence ou l’Etat de travail qui doit accorder ces avantages aux personnes économi- quement actives dans différentes Etats de l’UE. Le fisc belge tente de réagir à son tour à ces nouveaux développements de la jurisprudence, qui affinent d’ailleurs la célèbre doctrine « Schumacker », par un mécanisme adapté qui doit permettre aux contribuables de voir leur situation personnelle et familiale effectivement prise en compte. Une réduction d’impôt complémentaire peut à certaines conditions être transférée vers l’autre conjoint. L’arrêt Imfeld et Garcet est une belle occasion d’analyser les principes fondamentaux de l’attribution des avantages personnels et familiaux dans la circulation économique transfrontalière des travailleurs à la lumière du contexte des nouveaux développements de la jurisprudence nationale et européenne. Or, ces développements jurisprudentiels laissent encore un certain nombre de questions sans réponse auxquelles nous consacrons notre attention. La présente contribution fait principalement une analyse critique de la circulaire administrative complexe du 1er juillet 2014 qui contient une interprétation personnelle du fisc. Nous argumentons que le fisc belge atteint difficilement l’objectif qu’il s’est fixé. Il adopte la position que les Etats membres doivent prendre des mesures d’harmonisation de manière à répondre aux désavantages (ou aux avantages) de la juxtaposition des 28 fiscalités différentes. Se présente alors, comme alternative à la doctrine « Schumacker », un système de répartition proportionnelle entre l’Etat de résidence et l’Etat de travail.
URI: http://hdl.handle.net/1942/19038
ISSN: 2031-8219
Category: A1
Type: Journal Contribution
Validation: vabb, 2017
Appears in Collections: Research publications

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A350.55 kBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.