www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1898

Title: Internationalisatie : redenen voor multinationale ondernemingen om zich in de Kempen te vestigen
Authors: PAUWELS, Ellen
Advisors: LOMMELEN, T.
Issue Date: 2007
Publisher: UHasselt
Abstract: In het derde kwartaal van de twintigste eeuw hebben vele multinationale ondernemingen (MNO’en), vooral van Noord-Amerikaanse origine, zich in de Antwerpse Kempen gevestigd. Na deze investeringsgolf kwamen er echter geen nieuwe MNO’en meer bij. De grootte van de bedrijfsinvesteringen in de Kempen daalt de laatste jaren en zakt zelfs tot onder het gemiddelde in Vlaanderen. Tussen 1998 en 2003 daalde de grootte van de bedrijfsinvesteringen in de Kempen jaarlijks met 1.5%, dit in vergelijking met een stijging van 2.1% in de rest van Vlaanderen. Deze eindverhandeling gaat op zoek naar de redenen waarom MNO’en zich in de Kempen zijn komen vestigen en waarom er de laatste decennia weinig of geen nieuwe bijkomen. Om een antwoord te kunnen geven op deze vraag moet er eerst een duidelijk beeld gevormd worden van de regio Kempen. In de volksmond spreekt men zowel over de Kempen als gebied in de provincie Antwerpen maar ook delen van Limburg worden als de Kempen aangeduid. Ook is er een éénduidige definitie nodig van het begrip MNO. Daarna wordt nagegaan wat de algemeen gangbare theorieën zijn die de internationalisatiebewegingen van MNO’en proberen te verklaren. In de onderzochte literatuur worden vier verschillende modellen onderscheiden die elk het internationalisatieproces op een andere manier bekijken en proberen te verklaren vanuit een andere invalshoek. Het Uppsala/proces model legt vooral de nadruk op psychologische afstand en gradueel leren om de internationalisatie van MNO’en te verklaren. Het transactiekosten model daarentegen ziet transactiekosten als de belangrijkste factor die de internationalisatiebeslissingen van MNO’en drijft. Een derde model, het netwerk model, beschouwt het hebben van een betrouwbaar netwerk als essentieel om te kunnen internationaliseren. Tenslotte wordt het OLI-model van Dunning besproken. Dit model onderscheidt drie subparadigma’s die de internationalisatie van MNO’en verklaren. Volgens Dunning (2001) zijn er drie soorten voordelen die ervoor zorgen dat MNO verder internationaliseren, bedrijfsspecifieke voordelen, internaliseringvoordelen en locatievoordelen. Na een analyse van de vier verschillende modellen wordt besloten om het model van Dunning te gebruiken als basis voor het onderzoek. Na deze literatuurstudie wordt er een beroep gedaan op bevoorrechte getuigen om een antwoord te vinden op de centrale onderzoeksvraag die stilstaat bij de redenen waarom MNO’en zich in de Kempen komen vestigen. Er worden medewerkers van de overheid, van lokale streekontwikkelingsorganisaties en bedrijfsleiders van grote MNO’en in de regio geïnterviewd. De antwoorden van deze bevoorrechte getuigen worden vergeleken met de lokalisatievoordelen die door Dunning worden onderscheiden. Er wordt nagegaan welke locatievoordelen de Kempen tijdens de grote investeringsgolf had en welke van deze troeven nu nog steeds aanwezig zijn. Ook wordt er gekeken wat de toekomst is van MNO’en in de Kempen. De antwoorden van de bevoorrechte getuigen worden vergeleken met recente literatuur over de economische toestand en toekomst van de regio Kempen. De studie van recente literatuur in combinatie met de antwoorden van de bevoorrechte getuigen leiden tot een aantal belangrijke conclusies. Uit het onderzoek blijkt dat MNO’en zich in het derde kwartaal van de twintigste eeuw in de Kempen zijn komen vestigen omwille van de goede ontsluiting van de regio, de beschikbaarheid van goed uitgeruste en betaalbare industriegrond en de kwaliteit, beschikbaarheid en lage kosten van arbeidskrachten in de Kempen. Ook de houding van de overheid speelde een rol bij de beslissing van MNO’en om zich in de Kempen te vestigen. De overheid lokte met subsidies en een pro-actieve houding veel MNO’en naar de Kempen. Op dit moment zijn een aantal troeven die de Kempen vroeger had niet meer aanwezig. Er is een gebrek aan industriegrond, de arbeidskrachten zijn te duur geworden en een actief beleid van de overheid is er niet meer. Toch heeft de Kempen nog steeds enkele troeven die ervoor kunnen zorgen dat de regio aantrekkelijk blijft. De centrale ligging van de Kempen en de beschikbaarheid en kwaliteit van de arbeidskrachten blijven sterke economische troeven. Bovendien komt er een nieuwe troef bij, de hoge technologische ontwikkeling van de regio. Het onderzoek maakt duidelijk dat de Kempen zeker nog in staat is MNO’en aan te trekken en te behouden. Er is zeker nog een toekomst voor de logistieke sector in de Kempen. Het bewijs hiervan wordt geleverd door Nike en Estee Lauder. Beide bedrijven hebben recent grote investeringen gedaan om hun distributiecentrum in de Kempen uit te breiden. De regio heeft alle troeven in handen om attractief te blijven voor bedrijven uit deze sector. Door haar goede ontsluiting en de nabijheid van Brussel als beslissingscentrum moet de Kempen ook in staat zijn plaatselijke hoofdkwartieren aan te trekken. Het is wel nodig dat er enkele initiatieven worden genomen om ervoor te zorgen dat de aanwezige troeven in de toekomst blijven bestaan en bekend zijn bij potentiële investeerders. De Kempen moet er alles aan doen om het voordeel van de centrale ligging te kunnen blijven uitbuiten. Er moet voortdurend gewerkt worden aan de verbetering van de ontsluiting van de regio om logistieke bedrijven te blijven aantrekken. Ook moet er opnieuw een pro-actief beleid gevoerd worden door de overheid. De kerntroeven van de Kempen moeten benadrukt worden en de regio moet gepromoot worden bij potentiële investeerders.
Notes: 2de licentie TEW - major Internationaal zakenwezen
URI: http://hdl.handle.net/1942/1898
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A1.42 MBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.