www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1846

Title: De kwaliteit van de winstrapportering : verschillen tussen familiebedrijven en niet-familiebedrijven
Authors: CORNELISSEN, Anneleen
Advisors: LYBAERT, N.
Issue Date: 2007
Publisher: UHasselt
Abstract: Familiebedrijven vormen een belangrijk onderdeel van de Belgische bedrijfswereld. Ongeveer 70% van al de Belgische bedrijven is een familiebedrijf en zij zorgen voor 55% van het bruto nationaal product. Het is dan ook belangrijk dat men de verschillen tussen familiebedrijven en niet-familiebedrijven begrijpt en dat banken en investeerders notie hebben van de kwaliteit van de winstrapportering in familiebedrijven. Wanneer deze lager blijkt dan die van nietfamiliebedrijven, zullen banken, investeerders en andere belanghebbenden strengere normen stellen aan familiebedrijven. Indien familiebedrijven echter een hogere kwaliteit van de winstrapportering hebben, kan men minder strenge normen aan deze bedrijven stellen. Dit brengt ons tot onze centrale onderzoeksvraag: “Bestaat er een significant verschil tussen de winstrapportering in familiebedrijven en in niet-familiebedrijven?”. Deze centrale onderzoeksvraag en de deelvragen worden besproken in het eerste hoofdstuk Daarna gaan we dieper in op het begrip ‘familiebedrijf’. We vinden dat er in de academische literatuur geen éénduidige definitie bestaat van het familiebedrijf. Astrachan et al. (2002) hebben getracht om een oplossing te vinden voor het probleem van de definiëring. Zij ontworpen de F-PEC schaal, een schaal die de mate van invloed van de familie op een bedrijf onderzoekt door middel van drie dimensies: macht, ervaring en cultuur. Men is het er wel over eens dat familiebedrijven van groot economisch belang zijn. Het merendeel van de Westerse bedrijven zijn familiebedrijven en zij staan meestal in voor een aanzienlijk deel van het bruto nationaal product. Familiebedrijven zijn complexer dan niet-familiebedrijven. Verschillende auteurs hebben deze complexiteit voorgesteld in een model. Het meest gekende model is het driecirkeldiagram dat het familiebedrijf voorstelt als drie overlappende cirkels. Iedere cirkel stelt een subsysteem in het familiebedrijf voor: het bedrijf, de eigenaars en de familie. Ten slotte hebben we het in het tweede hoofdstuk over de financiële prestaties van familiebedrijven. Er bestaan vooroordelen dat familiebedrijven minder goed presteren dan niet-familiebedrijven, maar wetenschappelijk onderzoek toont aan dat familiebedrijven het beter doen dan niet-familiebedrijven. In het derde hoofdstuk bespreken we de bestaande wetenschappelijk literatuur omtrent de kwaliteit van de winstrapportering in familiebedrijven. Vooreerst zoeken we eigenschappen van familiebedrijven die een invloed kunnen hebben op de kwaliteit van de winstrapportering. We verklaren twee tegengestelde theorieën. De theorie van het alignment effect stelt dat de belangen van de managers en de eigenaars van familiebedrijven beter op één lijn liggen dan in niet-familiebedrijven en dat de winstrapportering in familiebedrijven daardoor van een hogere kwaliteit is. Het entrenchment effect stelt daarentegen dat familiebedrijven een minder kwalitatieve winstrapportering hebben omdat het management in familiebedrijven veel macht heeft en moeilijk te controleren is. Vervolgens lichten we het agencyprobleem toe en bespreken we hoe dit probleem een invloed kan hebben op de winstrapportering. In familiebedrijven bestaat er een kleiner agencyprobleem tussen eigenaars en managers omdat deze twee partijen vaak familieleden zijn in deze bedrijven. Het agencyprobleem tussen de meerderheids- en minderheidsaandeelhouders is echter groter in familiebedrijven dan in nietfamiliebedrijven. De meerderheidsaandeelhouders (de familie) willen de rijkdom van het bedrijf binnen de familie houden. We hebben het in dit hoofdstuk tevens over de resultaten van drie onderzoeken betreffende de kwaliteit van de winstrapportering in familiebedrijven. Twee van deze onderzoeken werden uitgevoerd in de Verenigde Staten en hebben gelijkaardige resultaten. De onderzoekers vinden dat familiebedrijven een hogere kwaliteit van de winstrapportering hebben dan niet-familiebedrijven. Een onderzoek uit Oost-Azië heeft een tegengesteld resultaat. Hieruit blijkt dat de kwaliteit van de winstrapportering lager is in familiebedrijven. Het vierde hoofdstuk bevat een beschrijving van de opzet van dit onderzoek. De nulhypothese die opgesteld wordt voor het praktijkonderzoek ziet er als volgt uit: “er is geen significant verschil tussen de kwaliteit van de winstrapportering in familiebedrijven en nietfamiliebedrijven”. Verwacht wordt dat we de nulhypothese kunnen verwerpen en we testen ze met behulp van drie verschillende modellen. Het eerste model is het model van de onverwachte accruals. Wanneer de onverwachte accruals in een bedrijf zeer hoog zijn, kunnen we stellen dat dit bedrijf een lage kwaliteit van de winstrapportering heeft. Vervolgens testen we de hypothese met het model van de voorspelbaarheid van de kasstromen. Bedrijven waarin de kasstromen makkelijk te voorspellen zijn, hebben een kwalitatieve winstrapportering. Ten slotte maken we gebruik van het model van de vergankelijke verliescomponenten om de hypothese te testen. Bedrijven waarin vergankelijke verliescomponenten in een veel grotere mate voorkomen dan vergankelijke winstcomponenten, hebben een lagere kwalitatieve winstrapportering. In dit hoofdstuk bespreken we eveneens de twee steekproeven die gehanteerd worden in het praktijkonderzoek. In het vijfde hoofdstuk behandelen we de resultaten van het empirisch onderzoek. De eerste deelnulhypothese “er is geen significant verschil tussen de onverwachte accruals van familiebedrijven en die van niet-familiebedrijven” kunnen we niet verwerpen. We kunnen concluderen dat er geen significant verschil is tussen familiebedrijven en nietfamiliebedrijven inzake de grootte van de onverwachte accruals. Het model van de voorspelbaarheid van de kasstromen heeft een grotere determinatiecoëfficiënt en is dus van een hogere kwaliteit. Hier kunnen we de nulhypothese wel verwerpen: we kunnen bewijzen dat er een significant verschil is tussen de winstrapportering in familiebedrijven en in nietfamiliebedrijven. De richting van dit verschil is echter niet duidelijk. Beide steekproeven geven een verschillend resultaat. Het derde model, dat van de vergankelijke verliescomponenten, heeft als uitkomst dat er geen significant verschil is tussen familiebedrijven en niet-familiebedrijven inzake de kwaliteit van de winstrapportering. Gezien deze resultaten niet eenduidig zijn, hebben we ze getoetst aan de ervaringen van twee deskundigen. Hieruit bleek dat de kwaliteit van de winstrapportering eveneens afhangt van bepaalde gebeurtenissen. Zo zal het bedrijf de winst mooier willen voorstellen wanneer men voor een belangrijke investering of kredietverzekering staat. De bevoorrechte getuigen zijn echter van mening dat er geen duidelijk verschil bestaat tussen de winstrapportering in familiebedrijven en in niet-familiebedrijven. Het zesde hoofdstuk bevat de eindconclusies van dit onderzoek. Het is niet duidelijk of de nulhypothese verworpen kan worden. Wanneer we enkel rekening houden met het model dat ons de hoogste R2 oplevert, kunnen we stellen dat het familiale karakter van het bedrijf een significante, positieve invloed heeft op de kwaliteit van de winstrapportering. Indien we echter uitgaan van het resultaat dat het meest frequent voorkomt, kunnen we de nulhypothese niet verwerpen. Er kan dan niet bewezen worden dat er een significant verschil bestaat tussen familiebedrijven en niet-familiebedrijven op het gebied van de kwaliteit van de winstrapportering. Dit is tevens de mening van de bevoorrechte getuigen.
Notes: 2de licentie TEW - major Accountancy en financiering
URI: http://hdl.handle.net/1942/1846
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A682.32 kBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.