www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1844

Title: Investeringsanalyse met gevalstudie bij Ford Genk
Authors: DE GELISSEN, Marco
Advisors: BREESCH, I.
Issue Date: 2007
Publisher: UHasselt
Abstract: Ford Motor Company werd in het begin van de twintigste eeuw opgericht door Henry Ford en groeide al snel uit tot een internationale hoofdrolspeler in de automobielsector. Aangezien de automobielindustrie een sterk competitieve sector is, is het voor Ford Motor Company noodzakelijk om een voortdurend innovatief beleid te voeren. Een belangrijk onderdeel van dit beleid is het zoeken naar investeringsprojecten voor de diverse vestigingen wat jaarlijks resulteert in meerdere nieuwe investeringen uitgevoerd bij de productievestiging in Genk. Eén van de in 2006 doorgevoerde investeringsprojecten is de aankoop en installatie van een verpakkingsmachine voor service wheels. Dit zijn wielen die niet gemonteerd worden op de wagens die in Genk geproduceerd worden, maar wel bestemd zijn voor andere Ford-vestigingen en servicecentra. In deze eindverhandeling wordt onderzocht of het doel van dit investeringsproject bereikt zal worden, meer bepaald of er netto-besparingen gerealiseerd zullen worden en of deze besparingen leiden tot een voldoende hoog rendement. Eerst wordt in hoofdstuk 2 het ontstaan en de evolutie van de automobielsector beschreven en de rol van Ford Motor Company hierin. Vervolgens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op het verleden en de toekomst van de productievestiging in Genk. Dit gebeurt aan de hand van cijfers in verband met tewerkstelling en productie en een korte beschrijving van de huidige marktsituatie. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk ook een beschrijving gegeven van het verloop van het productieproces bij Ford Genk. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens ingegaan op de aanleiding tot en het doel van het investeringsproject dat in deze thesis behandeld wordt. Opdat de lezer zich hiervan een beter beeld kan vormen, wordt eerst een beschrijving gegeven van het productie- en opslagproces in de wielenfabriek, waar de investering in de verpakkingsmachine gesitueerd is. Uit deze beschrijving blijkt dat de wielen die getransporteerd zullen worden naar andere vestigingen van Ford Motor Company buiten gestockeerd worden. Aangezien de voor het transport gebruikte houten paletten aangetast kunnen worden door slechte weersomstandigheden, worden de wielen op metalen paletten gestockeerd. Bijgevolg dienen de wielen eerst te worden herstapeld op houten paletten alvorens ze getransporteerd kunnen worden. Aangezien deze herstapeling manueel gebeurt, leidt dit tot extra handelingskosten. Door het installeren van een verpakkingsmachine is het mogelijk geworden om de houten paletten met wielen te voorzien van een plastic folie. Hierdoor kunnen nu ook de houten paletten gebruikt worden voor het buiten stockeren van de wielen en worden de extra kosten van de herstapeling vermeden. Het volgende hoofdstuk handelt over de theorie van de investeringsanalyse. Aan de hand van een literatuurstudie wordt nagegaan welke soorten investeringen er bestaan en wordt ingegaan op een aantal investeringsgerelateerde begrippen waaronder de tijdswaarde van geld, kasstromen en de kapitaalkost. Tevens wordt besproken welke invloed vennootschapsbelastingen hebben op afschrijvingen, intrest en subsidies. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de evaluatiemaatstaven die kunnen worden toegepast bij de investeringsanalyse. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatstaven die wel rekening houden met de tijdswaarde van geld en de maatstaven waarbij dit niet het geval is. Van de eerste categorie worden de terugverdientijd, de accounting rate of return en de return on investment besproken, terwijl voor de tweede categorie dieper wordt ingegaan op de netto contante waarde, de interne opbrengstvoet, de winstgevendheidindex en de verdisconteerde terugverdientijd. In het vijfde hoofdstuk wordt de investering in de verpakkingsmachine voor wielen geanalyseerd. Eerst wordt een overzicht gegeven van de verschillende typen van investeringen bij Ford Motor Company. Het project dat in deze thesis wordt besproken, is een kostenbesparende non product-investering, waarbij non product duidt op het feit dat dit project geen rechtstreekse invloed heeft op de door Ford Genk geproduceerde automodellen. Vervolgens wordt de financiële kant van het project bekeken. Deze investering vereist een initiële uitgave van €150.750 voor de aanschaf van de verpakkingsmachine en €19.300 voor het installeren. Daarnaast wordt ook ingegaan op de afschrijvingsmethode, de vennootschapsbelasting, de kapitaalkost en de verwachte kostenbesparingen. Vervolgens wordt een evaluatie gemaakt van deze investering. Ford Motor Company evalueert kostenbesparende non product-investeringen aan de hand van de time adjusted rate of return, afgekort als TARR. Deze maatstaf kan gedefinieerd worden als de discontovoet waarbij de som van de toekomstige kasstromen van het project gelijk is aan de totale kost van de investering. Voor dit project bedraagt de TARR 59,19% en aangezien hierdoor de door Ford gestelde norm van 50% wordt overschreden, wordt het project aanvaard. Uit een kritische beoordeling van deze evaluatiemaatstaf blijkt dat deze zowel voor- als nadelen heeft. De door Ford genoemde voordelen zijn dat het tijdsaspect in rekening wordt gebracht en dat de winstgevendheid van projecten onderling vergeleken kan worden. Daarnaast kan er bij deze evaluatiemaatstaf een bedenking worden gemaakt die betrekking heeft op de behandeling van de kapitaalkost. Bij het opstellen van de kasstromentabel voor de berekening van de TARR wordt de kapitaalkost beschouwd als een uitgaande kasstroom die gelijk is aan het product van het percentage van de kapitaalkost en de boekwaarde van het actief aan het begin van het jaar waarop de kasstroom betrekking heeft. Dit is in tegenstelling met de theorie zoals besproken in hoofdstuk 4 waarbij de kapitaalkost wordt gebruikt voor de verdiscontering van de kasstromen en niet tot een uitgaande kasstroom leidt. Verder wordt de investering ook beoordeeld op basis van de netto contante waarde, de interne opbrengstvoet, de winstgevendheidindex en de gewone en verdisconteerde terugverdientijd zoals besproken in hoofdstuk 4. Hieruit blijkt eveneens dat het project winstgevend is. Tot slot wordt een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd waarbij wordt nagegaan wat de invloed is van een afwijking in negatieve zin van 5% in de verwachte kostenbesparing per verpakt wiel en van een afwijking in van 10% in negatieve zin in het geplande jaarlijkse volume aan verpakte wielen. Uit de analyse blijkt dat beide afwijkingen geen invloed hebben op de beslissing om het investeringsproject al dan niet te aanvaarden. Uit een breakeven analyse blijkt dat het project op basis van de TARR niet langer als aanvaardbaar zou beschouwd worden indien de afwijking in beide gevallen meer dan 12,23% zou bedragen. Dit afwijkingspercentage komt overeen met een daling van gemiddeld €0,036 in de besparing per verpakt wiel of met een daling van gemiddeld 39.775 eenheden ten opzichte van het geplande jaarlijkse volume aan verpakte wielen.
Notes: 2de licentie TEW - major Accountancy en Financiering
URI: http://hdl.handle.net/1942/1844
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A2.21 MBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.