www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1836

Title: Economische haalbaarheid van duurzaam bouwen. Macro-economisch, technisch en juridisch kader m.i.v. kosten-batenanalyse gevalstudie
Authors: Mollen, Marienda
Advisors: VEREECK, L.
Issue Date: 2007
Publisher: UHasselt
Abstract: Steeds vaker treffen extreme weersomstandigheden met ingrijpende klimatologische en economische gevolgen België. Het broeikaseffect en het bijbehorende Kyoto Protocol verkrijgen hierdoor meer en meer naamsbekendheid. Bovendien dreigen de fossiele brandstoffen, die deze problemen veroorzaken, in de nabije toekomst uitgeput te geraken. Verder wordt de samenleving ook steeds vaker geteisterd door tekorten aan leidingwater. Er heerst overigens ook een grote onzekerheid over de toekomstige beschikbaarheid van bepaalde bouwmaterialen. Vooral metalen zijn tegenwoordig onvoldoende voorradig. Als vierde tekort onderscheidt het onderzoek de bouwgrondschaarste in Vlaanderen. Bovenstaande factoren oefenen uiteraard een sterke druk uit op de particulier die anno 2007 een nieuwbouwproject start. In het kader van deze problemen is een wijziging van de Vlaamse bouwcultuur immers onvermijdelijk. Conventionele bouwtechnieken zullen in de toekomst bijgevolg steeds meer plaats moeten ruimen voor het concept ‘duurzaam bouwen’. Om een doorbraak van duurzame bouwtechnieken te verwezenlijken, is het in eerste instantie van fundamenteel belang dat het rendeert vanuit zowel het standpunt van de particulier als van de maatschappij. Dit leidt tot de volgende onderzoeksvraag: “Is duurzaam bouwen economisch-financieel haalbaar voor de particulier en economisch rendabel voor de maatschappij?” Allereerst is hiervoor nagegaan welke facetten het concept duurzaam bouwen exact omvat. Dit begrip wordt doorgaans opgesplitst in zes grote peilers, namelijk proces, omgeving, welzijn, energie, water en materialen. Het onderdeel proces duidt er vooral op dat het heel belangrijk is voor de particulier om vooraf voldoende tijd uit te trekken om zich goed te informeren. Vervolgens wijst de categorie omgeving op de verschillende factoren die meespelen bij de afweging tussen een gesloten, een halfopen of een open bebouwing en tussen een renovatie- of een nieuwbouwproject. Bovendien wordt hierbij ook aangeraden om zich zo dicht mogelijk bij een stads- of dorpskern te vestigen. De peiler welzijn adviseert de particulier overigens om het huis zo aanpasbaar en toegankelijk mogelijk te construeren. Het vierde onderdeel, energie, vervult een centrale rol in het concept duurzaam bouwen. Hierbij is een compacte bouwvorm, een zuidelijke oriëntatie, een degelijke verwarmingsketel en een doorgedreven isolatie fundamenteel. De categorie water streeft voornamelijk voldoende recuperatie van het hemelwater en een gescheiden afvoerstelsel na. Tenslotte omvat duurzaam bouwen ook het aspect materialen. Om de juiste materiaalkeuzes te maken stelt dit concept dat de particulier best rekening houdt met de levenscyclusanalyse van de producten. Het begrip duurzaam bouwen bevat dus duidelijk zeer veel aspecten waardoor als het ware een continuüm ontstaat waarbij een specifieke woning meer of minder duurzaam is dan een andere. Vervolgens is dieper ingegaan op de recente wijzigingen in de regelgeving aangaande duurzaam bouwen. De invoering van de energieprestatieregelgeving staat hierbij centraal. Deze wetgeving legt voor de energieprestaties van een nieuwbouwwoning een E100-peil op en voor het globale isolatieniveau ervan een K45-waarde. Vergeleken met de vroegere wetgeving vormt dit reeds een succesvolle stap in de richting van meer duurzaam bouwen. Verder bevestigt ook de stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten dat de wetgeving anno 2007 de juiste weg inslaat. Deze verplicht de Vlaming om het regenwater op te vangen. Verschillende instanties moedigen de particulier bovendien aan om meer duurzame bouwtechnieken te implementeren. Het onderzoek toont echter aan dat de financiële steunmaatregelen die momenteel beschikbaar zijn zich niet op de juiste maatregelen toespitsen. Indien Vlaanderen op korte termijn aanzienlijke emissiereducties wil bewerkstelligen, moet voor de woningbouw vooral meer aandacht uitgaan naar isolatie. Technieken zoals zonnesystemen worden momenteel sterk gesubsidieerd maar dienen in het kader van duurzaam bouwen echter veeleer als ‘de kers op de taart’ beschouwd te worden. Dergelijke maatregelen zijn bovendien vanuit het economisch perspectief doorgaans nog niet rendabel. Een doorgedreven isolatie rendeert daarentegen zowel voor de particulier als de samenleving beduidend. Duurzaam bouwen kan dus effectief een rendement opleveren als de particulier zich hierbij focust op de juiste maatregelen. Toch is het belangrijk dat de verschillende instanties hun beleid inzake financiële tegemoetkomingen herbekijken om de winstgevendheid van duurzame bouwtechnieken voor de particulier te verhogen. Ondanks het grote potentieel aan rendementen dat schuilgaat achter bepaalde duurzame bouwmaatregelen, is er nog geen sprake van een massale doorbraak van het concept duurzaam bouwen. Anno 2007 staan nog enkele obstakels het grote succes in de weg. Door de recente aandacht rond uitzonderlijke, nieuwe bouwtechnieken (vb. een zonneboiler) gaat duurzaam bouwen tegenwoordig gebukt onder een foutief imago. Hoewel deze nieuwe technologieën in hun kinderschoenen staan, bezitten zij een aanzienlijke progressiemarge. Bijkomend zijn er momenteel nog onvoldoende gespecialiseerde architecten beschikbaar en liggen de bijbehorende investeringskosten te hoog. Het concept duurzaam bouwen wordt anno 2007 gekenmerkt door een aantal groeipijnen die vermoedelijk bij een stijgende vraag automatisch zullen verdwijnen. Het onderzoek geeft uiteindelijk dus aan dat duurzaam bouwen zeker rendabel kan zijn, mits de juiste maatregelen de voorkeur krijgen. Om de winstgevendheid voor de particulier nog bijkomend te verhogen, moet het huidige systeem van financiële steunmaatregelen herbekeken worden. Tot slot zal de rendabiliteit wellicht stijgen als duurzaam bouwen de eerste groeipijnen overwonnen heeft.
Notes: 3de jaar Handelsingenieur - major Technologie
URI: http://hdl.handle.net/1942/1836
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A5.21 MBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.