www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1834

Title: De rol van de revisor bij de fraude
Authors: VERLINDEN, Inge
Advisors: MERCKEN, R.
Issue Date: 2007
Publisher: UHasselt
Abstract: Lernout & Hauspie, Enron,… De grote financiële schandalen hebben het imago van het beroep van de bedrijfsrevisor geen goed gedaan. Indien in het bedrijf iets misloopt, vraagt de samenleving zich af waarom de bedrijfsrevisor hen niet heeft gewaarschuwd. Het publiek lijkt op het gebied van fraude meer van de bedrijfsrevisor te verwachten dan zij zelf tot hun verantwoordelijkheden rekenen. In deze eindverhandeling zal daarom een antwoord worden gegeven op de volgende onderzoeksvraag: ‘Welke rol heeft de bedrijfsrevisor ten aanzien van fraude, en meer specifiek ten aanzien van witwassen?’ Om meer vertrouwd te raken met het onderwerp werd allereerst via de bestaande literatuur meer inzicht verworven in deze complexe materie. Na de literatuurstudie werd het onderzoek vervolgens uitgebreid door middel van een bevraging van bevoorrechte getuigen. Fraude is een toenemend maatschappelijk probleem met grote gevolgen. Hoewel ook het bedrijfsleven er niet aan ontsnapt, wordt het belang van fraudepreventie nog vaak onderschat. Een effectief fraudebeleid vereist de verantwoordelijkheid van de hele onderneming. Zonder de juiste tone-at-the-top heeft investeren in anti-fraudeprogramma’s nagenoeg geen zin. Fraude wordt steeds meer als een belangrijk courant bedrijfsrisico beschouwd. Om de grote fraudeurs aan te pakken zijn ingrijpende maatregelen nodig. Fraude kan worden opgedeeld in werknemersfraude, managementfraude en fraude door derden. Werknemersfraude omvat vooral verduistering van bedrijfsmiddelen of vervalsing van bedrijfsdocumenten, terwijl managementfraude vaak voorkomt onder de vorm van frauduleuze financiële rapportering. Fraude door derden gebeurt voornamelijk in de vorm van criminele organisaties. Een fraudevorm die de afgelopen jaren meer en meer aandacht heeft gekregen zijn witwasoperaties. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens dieper ingegaan op de externe controle van de jaarrekening. De externe controle wordt in België uitgevoerd door een bedrijfsrevisor, die een oordeel tracht te geven over de getrouwheid van de jaarrekening. Binnen Europa is een richtlijn goedgekeurd om alle wettelijke controles van de jaarrekening uit te voeren overeenkomstig de Internationale Controlestandaarden, namelijk de International Standards on Auditing (ISA’s), dewelke uitgevaardigd werden door de IFAC. Het is van belang dat de auditor zich tijdens deze controle houdt aan zijn beroepsgeheim. Door de toenemende complexiteit en de hoge verwachtingen van het publiek is het overigens te verwachten dat bedrijfsrevisoren zich in de toekomst steeds vaker zullen laten bijstaan door een deskundige, zoals een forensic auditor, die gespecialiseerd is in het fraudeonderzoek. De stijgende verwachtingen vormen immers de basis van de verwachtingskloof, die omschreven kan worden als het verschil dat bestaat tussen de verwachtingen van de gebruikers van de jaarrekening aangaande de verantwoordelijkheden van de auditor ten opzichte van de prestaties die de bedrijfsrevisor werkelijk levert. Hierin werd een onderscheid gemaakt tussen de prestatie- en aspiratie- of communicatiekloof. Met betrekking tot fraude zal vooral deze laatste zich laten voelen. Na het bespreken van de verantwoordelijkheden van de externe auditor, richten we ons in hoofdstuk 4 en 5 op de kern van deze eindverhandeling, namelijk de rol van de bedrijfsrevisor met betrekking tot de preventie, de opsporing en de melding van fraude en witwasoperaties. In 1998 heeft het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR) de controleaanbeveling ‘fraude en onwettige handelingen’ uitgevaardigd. Ook de International Federation of Accountants (IFAC), een overkoepelend orgaan van nationale beroepsorganisaties, heeft met betrekking tot de verantwoordelijkheden van de bedrijfsrevisor over fraude een ISA-norm in het leven geroepen, namelijk ISA-240. IFAC brengt ISA-240 in lijn met Statement on Auditing Standard 99 (US SAS 99) ‘Consideration of fraud in a financial statement audit’ van het American Institute of Certified Public Accountants (AICPA). In dit hoofdstuk zal duidelijk worden dat hoewel de primaire verantwoordelijkheid voor de preventie van fraude is weggelegd voor de leiding van de onderneming, ook de bedrijfsrevisor op basis van zijn kennis van de onderneming en zijn bevoegdheden een belangrijke rol kan spelen. Verder wordt in hoofdstuk 4 dieper ingegaan op de verwachtingskloof met betrekking tot fraude, samen met de oorzaken en eventuele pogingen die ondernomen kunnen worden om een uitbreiding tegen te gaan, en ze mogelijkerwijs te reduceren. De financiële schandalen doen bij het publiek vragen ontstaan over in hoeverre de bedrijfsrevisor de fraude had kunnen of moeten ontdekken bij de controle van de jaarrekening. Door het publiek wordt vaak verwacht dat de bedrijfsrevisor elke fraude, ongeacht de omvang, zal achterhalen. Nochtans is een bedrijfsrevisor hiertoe wettelijk niet verplicht, en zou een volledige verantwoordelijkheid met betrekking tot fraude bovendien onrealistisch zijn. De bedrijfsrevisor wordt bij het uitvoeren van zijn opdracht immers geconfronteerd met een aantal beperkingen die een volledige verantwoordelijkheid van fraudedetectie zo goed als onmogelijk maken. Om de verwachtingskloof te reduceren is het in de eerste plaats van belang meer duidelijkheid te creëren bij het publiek over wat van een bedrijfsrevisor verwacht mag worden. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 ook dieper ingegaan op enkele belangrijke verschilpunten in de werkwijze van de bedrijfsrevisor en deze van de forensic auditor. Deze verschillen verklaren waarom het zinvol zou kunnen zijn om bij de controle van de jaarrekening een forensic auditor in te schakelen. Om af te sluiten wordt ten slotte de rol van de bedrijfsrevisor met betrekking tot witwasoperaties besproken. Witwassen kan omschreven worden als een transformatieproces (plaatsings-, verhullings- en integratiefase) dat door criminelen wordt gebruikt om de oorspronkelijke herkomst van cash of andere fondsen afkomstig van illegale activiteiten te verhullen en ogenschijnlijk een legale oorsprong te geven. Sinds 25 oktober 1998 valt ook het beroep van de bedrijfsrevisor onder het toepassingsgebied van de Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld. De wet voorziet in een samenwerkingsplicht met betrekking tot het traceren van transacties die verband kunnen houden met het witwassen van geld en de plicht om deze bevindingen te rapporteren aan de ‘Cel voor Financiële Informatieverwerking’, verkort de C.F.I. genoemd. Deze verplichtingen hebben betrekking op zowel de kennis van de cliënten als van hun activiteiten, en hebben tot doel het risico voor de bedrijfsrevisor op het vlak van witwassen in het kader van zijn zakenrelaties te verminderen. Recente statistieken tonen aan dat het aantal meldingen van de bedrijfsrevisoren relatief laag is. Ook na het uitbreiden van de meldingsplicht van een ‘versterkt vermoeden’ naar een ‘gewoon vermoeden’ door de wetswijziging van 12 januari 2004 wordt geen drastische stijging vastgesteld, wat toch enigszins verrassend is.
Notes: 3de jaar Handelsingenieur - major Accountancy en financiering
URI: http://hdl.handle.net/1942/1834
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A1.63 MBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.