www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Research >
Research publications >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/13819

Title: Het recht als logisch consistent systeem: (ongrondwettige) lacunes in de wetgeving
Authors: Vandormael, Karel-Jan
Issue Date: 2011
Citation: Chroniques de droit public, 15 (1), p. 32-46
Abstract: In deze bijdrage wordt het verschijnsel van de lacunes of leemtes in de wetgeving behandeld. Ongrondwettige lacunes doen zich voor telkens wanneer het gebrek of de afwezigheid van een rechtsregel volgens het Grondwettelijk Hof een schending van de Grondwet uitmaakt. Het fenomeen van de lacunes wordt geanalyseerd vanuit een theoretisch kader dat vertrekt vanuit de stelling dat het recht een ‘logisch consistent systeem’ is. Vervolgens toetst de auteur de theorie aan de praktijk aan de hand van het op 1 juli 2010 gewezen arrest nr. 79/2010 en zijn precedenten. In dat arrest stelt het Grondwettelijk Hof nogmaals een lacune vast in het artikel 14 RvS-wet: voor een kandidaat voor de Franstalige benoemingscommissie voor het notariaat, in zijn hoedanigheid van hoogleraar, staat geen vernietigingsberoep bij de Raad van State open omdat hij rechtstreeks wordt benoemd door de wetgevende kamers. Het Hof vult in dit arrest zelf de lacune op door te stellen dat de verwijzende rechter artikel 14 RvS-wet moet toepassen alsof een hoogleraar- kandidaat ook een vernietigingsberoep bij de Raad van State kan instellen tegen de benoemingsbeslissing. De stelling wordt ingenomen dat het Grondwettelijk Hof hier zelf als een de facto-wetgever optreedt. Het bovenstaande arrest is een duidelijke illustratie van de evolutie van het Grondwettelijk Hof van negatieve tot positieve (kader)wetgever en nu ook positieve precisiewetgever. De auteur geeft alvast een aanzet tot matiging, waar hij ervoor pleit de opvulling van lacunes door het Hof zelf zo algemeen mogelijk te houden.
Cette contribution traite du phénomène des lacunes législatives. Une lacune inconstitutionnelle apparaït chaque fois qu’un défaut ou absence d’un règle de droit est contraire à la constitution. Le phénomène est analysé d’un cadre théorique qui part de la proposition que le droit est un 'système logique cohérent'. Ensuite, l’auteur met cette théorie à l’épreuve en s’appuyant sur l’arrêt n° 79/2010 du 1 juillet 2010 et ses précédents. Dans cet arrêt la Cour constitutionnelle trouve de nouveau une lacune dans l’article 14 des lois coordonnées sur le Conseil d’Etat : pour un candidat à la fonction de membre de la commission de nomination francophone pour le notariat en qualité de professeur de droit n’existe pas de recours en annulation devant le Conseil d’Etat parce qu’il est désigné directement par les chambres législatives. La Cour comble dans cet arrêt la lacune elle-même en statuant que le juge de renvoi doit appliquer l’article 14 comme si un candidat-professeur avait également un recours en annulation devant le Conseil d’Etat contre la décision de désignation. La position est prise que la Cour constitutionnelle agit comme législateur de facto. L’arrêt ci-dessus est une illustration claire et nette de l’évolution de législateur négative, jusqu’à législateur (-cadre) positif et maintenant législateur positif de précision. Entretemps l’auteur donne déjà une incitation à la modération, en plaidant pour maintenir le remplissage des lacunes par le Conseil-même le plus général que possible.
URI: http://hdl.handle.net/1942/13819
ISSN: 1379-0323
Category: A1
Type: Journal Contribution
Validation: vabb, 2014
Appears in Collections: Research publications

Files in This Item:

Description SizeFormat
Published version141.2 kBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.