www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1209

Title: Gendergevoelig budgetteren in de praktijk: OCMW Alken
Authors: VANDERSMISSEN, Tina
Issue Date: 2006
Abstract: Centraal in deze eindverhandeling staat de onderzoeksvraag: ‘ In welke mate is gendergevoelig budgetteren haalbaar ?’ We onderzoeken de haalbaarheid omdat de mate van ‘genderneutraliteit’ van het overheidsbeleid in vraag wordt gesteld. We vragen ons af in hoeverre het overheidsbeleid rekening houdt met de verschillende behoeftes van mannen en vrouwen. Het eerste deel van dit werkstuk is een weerslag van een grondige literatuurstudie met betrekking tot de verschillende werkwijzen en methoden voor een gendergevoelige budgetanalyse. Als eerste wordt in hoofdstuk 2 het begrip gendergevoelig budgetteren verhelderd. Beleidsbeslissingen die ‘genderneutraal’ lijken, kunnen toch een verschillend effect hebben op vrouwen en mannen, zelfs wanneer een dergelijk effect niet beoogd of voorzien werd. Om onbedoelde negatieve gevolgen te op te sporen en de kwaliteit en doeltreffendheid van het beleid te verbeteren, vindt een gendergevoelige budgetanalyse plaats. Vervolgens worden de verschillende methodologische benaderingen van een gendergevoelige bugdetanalyse besproken. De ‘driecategorieënbenadering’ van Rhonda Sharp en het ‘functional performance framework’ van Diane Elson zijn hierbij veel gebruikte algemene benaderingen. Daarnaast geef ik een overzicht van de zeven mogelijke methodes voor de toepassing van gendergevoelig budgetteren, die vooral een analyse van de overheidsuitgaven inhouden. In laatste instantie wordt in dit hoofdstuk nagegaan onder welke randvoorwaarden het overheidsbeleid een bijdrage kan leveren aan gendergelijkheid en hoe zich dat vertaald in de toewijzing van de financiële middelen. Het tweede deel van deze eindverhandeling bestaat uit een gevalstudie. In dit praktijkgericht voorbeeld worden de bevindingen van de literatuurstudie getoetst. In deze haalbaarheidsstudie is achteraf gekeken aan wie de middelen van het OCMW-beleid ten goede zijn gekomen. Ik vergelijk de uitgaven voor het personeel, de sociale dienst en enkele thuisdiensten met respectievelijk de gegevens over de begunstigden van het OCMW van Alken (% mannen/vrouwen). Diane Elson noemt dit ‘gender-disaggregated public expenditure incidence analysis’. Adequate informatie en data gesegregeerd naar gender is essentieel voor het succes van gender budget analyse. Ik start met de driecategorieënbenadering van Rhonda Sharp om de uitgaven van het OCMW onder te verdelen in drie verschillende categorieën van uitgaven, die al dan niet gendergelijkheid bevorderen. De analyse van het personeel situeert zich in de tweede categorie, de uitgaven ter bevordering van gendergelijkheid binnen de publieke tewerkstelling. Binnen deze categorie wordt ook aandacht besteed aan de verdeling van het overheidspersoneelsbestand over mannen en vrouwen. Het personeelsbestand van het OCMW van Alken wordt gekenmerkt door een oververtegenwoordiging van vrouwen, die ook de meeste deeltijdse functies invullen. Een positieve vaststelling is het feit dat het aantal vrouwen op gezichtsbepalende functies ook groot is. Vervolgens bestudeer ik de uitgaven van de sociale dienst en de klusjes- en poetsdienst aan de hand van het functioneel kaderwerk van Diane Elson. Deze uitgaven behoren tot de laatste categorie van uitgaven, de resterende of ‘mainstream’ uitgaven. Dit zijn uitgaven die niet gericht zijn op een welbepaalde sekse of op het bevorderen van gendergelijkheid. We vertrekken in de gevalstudie van de hypthese dat vrouwen meer gebruik maken van de dienstverleningen van het OCMW dan mannen. Onze hypthese geldt voor de rechthebbenden op maatschappelijke integratie. De overgrote meerderheid van de maatregelen van het recht op maatschappelijke integratie hebben te maken met het leefloon, een financiële tussenkomst. Daaruit blijkt dat de meeste leefloners alleenstaande vrouwen zijn of een gezin ten laste hebben. Voor de tewerkstellingsmaatregelen in functie van het leefloon daarentegen, domineren de mannen. Ook het aantal mannen die naar financiële tussenkomst vragen, is groter dan het aantal vrouwen. Uit de registratie blijkt dat de aanvragers vaak ouder dan vijftig jaar zijn. Op welke manier de ongelijke verhoudingen tussen de gebruikers van de sociale dienst zich vertalen in de toewijzingen van de middelen, kan niet worden achterhaald omdat we over onvoldoende gegegevens beschikken. We benaderen wel de toewijzing van het budget van de maatregelen voor het recht op maatschappelijke integratie via de man/vrouwverdeling. Of deze gelijke toewijzing van de financiële middelen aan mannen en vrouwen, zich ook in de realiteit zou voordoen, zijn we niet te weten gekomen. Het leefloonbedrag dat wordt uitgekeerd, is afhankelijk van de categorie (gezinsituatie) waartoe de leefloner behoort en zijn bestaansmiddelen. Aangezien de meeste alleenstaanden en alleestaande ouders vaak vrouwen zijn, kunnen we verwachten dat er meer leefloon aan vrouwen gespendeerd wordt dan aan mannen. Tot slotte vergelijken we de uitgaven van de klusjes- en poetsdienst met de gegevens over de begunstigden. De thuisdiensten richten zich vooral op senioren en bejaarden. Het profiel van de gebruikers is een weerspiegeling van de oudere bevolking die uit meer vrouwen dan mannen bestaat. Het budget van de klusjesdienst valt niet te herleiden naar mannen en vrouwen omdat de prijs van een klusje afhankelijk is van het inkomen van de gebruiker, maar ook van het soort klusje dat voor hen wordt uitgevoerd. Het budget van de poetsdienst kan niet verdeeld worden naar het aantal mannen en vrouwen, vermits de prijs per uur voor de poetsdienst afhangt van het inkomen van de gebruikers. Bovendien zijn er geen gegevens over het aantal uren poetsdienst per gebruiker, met als gevolg dat gendergevoelig budgetteren niet haalbaar is. Het proces van gendergevoelig budgetteren toegepast in de praktijk, brengt de schaartste aan informatie en statistieken gesegregeerd naar gender aan het licht. Daarom is de toepassing in de praktijk veel moeilijker haalbaar dan uit de theorie blijkt, omdat uitsplitsing van gegevens naar mannen en vrouwen vaak niet mogelijk is.
URI: http://hdl.handle.net/1942/1209
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A766.63 kBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.