www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1198

Title: Allochtoon ondernemen in Vlaanderen. Gevalstudie : Motieven van de Turkse ondernemers in de horecasector in de stad Genk
Authors: TILKIOGLU, Hamide
Issue Date: 2006
Abstract: In dit onderzoeksrapport proberen we meer licht te werpen op het fenomeen van allochtone ondernemers. We trachten de kenmerken en de motieven van de Turkse ondernemers in de horecasector in de stad Genk te bepalen. Meer specifiek proberen we de motieven van de Turkse ondernemers voor het opstarten van een eigen zaak te analyseren. Ook willen we de factoren die van invloed waren bij de sector- en de vestigingsplaatskeuze te achterhalen. Om dit te kunnen onderzoeken bestuderen we eerst de algemene kenmerken en motieven van zelfstandigen. Vervolgens gaan we na wat het profiel en de motieven van de allochtone ondernemers zijn. Om uiteindelijk de kenmerken en de motieven van de Turkse ondernemers in de horecasector in de stad Genk te bepalen. In hoofdstuk twee bestuderen we aan de hand van drie studies, namelijk de studie van H.J.M. van den Tillaart en T.J.M. Reubsaet (1988), van A. Choenni (1997) en van H. Lambrecht, H. Verhoeven en A. Martens (2002), deze aspecten. Van elke studie bespreken we de inhoud en gehanteerde methodologie. Ook behandelen we de theorieën met betrekking tot onze doelstelling. Ten slotte analyseren we de resultaten van de door deze auteurs verricht empirisch onderzoek. Hierbij beperken we ons tot de vaststellingen aangaande de Turkse ondernemers. De theorie betreffende de vestigingsplaatskeuze onderzoeken we in onze praktijkstudie, omdat dit niet in de drie studies werd behandeld. De theoretische beschouwingen betreffende het profiel, de startmotieven, de branchekeuze en de vestigingsplaatskeuze van de allochtone ondernemers worden in hoofdstuk drie aan de praktijk getoetst. Zo stellen we vast dat de theorie van A. Choenni (1997, p.30) betreffende de specifieke kenmerken van de allochtone ondernemers grotendeels van toepassing is op onze studie. We constateren dat 66 % van de 39 ondernemers hun bedrijf met eigen middelen (33 %) of met zowel eigen middelen als Motieven van de Turkse ondernemers in de horecasector in Genk geld van de familieleden (33 %) hebben opgezet. Hiernaast heeft de meerderheid (62 %) van de zelfstandigen geen personeelsleden in dienst. De helpers van de overige vijftien ondernemers bestaan voornamelijk uit familieleden (33 %) en vrienden (27 %). In tegenstelling tot de studie van A. Choenni (1997, p. 30) zijn de huidige en de toekomstig gewenste klanten van deze ondernemers gemengd en niet alleen gericht tot de etnische groep. Vervolgens stellen we vast dat 42 % van deze ondernemers Turkse en Italiaanse gerechten aanbieden en 38 % van de ondernemers alleen Turkse gerechten aanbieden. Tot slot ervaren 44 % van deze ondernemers ‘vertrouwdheid met de buurt’ als de meest beïnvloedbare factor bij de locatiekeuze van het bedrijf, en ‘geschikte uitrusting voor uitoefening activiteit’ wordt door 36 % van de geïnterviewden als de meest belangrijke factor bij de keuze van het bedrijfspand beoordeeld. Shapero (1980; gerefereerd door H.J.M. van den Tillaart en T.J.M. Reubsaet, 1988, p. 71; Choenni, 1997, p. 26) stelt dat vier hoofdmotieven een rol spelen bij het oprichten van een onderneming. Hierbij zijn zowel de omgeving als individuele factoren van invloed. De omgeving wordt als ‘availability of resources’ (beschikbaarheid van bronnen) aangegeven. Het eerste element van de persoonlijke factoren is ‘displacement’ (ontheemding of ontwrichting), dit wil zeggen dat factoren als werkloosheid, dreigend ontslag, ontevredenheid met de eigen werkkring of omstandigheden als migratie of vluchteling-zijn een persoon kunnen aanzetten voor de start van een onderneming. Het volgende motief, ‘disposition to act’ (de drang om de eigen situatie te veranderen), houdt in dat niet elke werkloze of ontevreden werknemer ondernemer wordt. Deze individuen starten een bedrijf op omwille van hun karakteristieke eigenschappen. De laatste individuele factor is ‘credibility’. Dit is de mate waarin een persoon het geloofwaardig vindt een eigen onderneming op te starten. Verder behandelen A. Choenni (1997, p. 26) en H. Lambrecht, H. Verhoeven en A. Martens (2002, p. 5) theorieën betreffende de startmotieven van de allochtone ondernemers. Deze theorieën komen voor een deel overeen. Volgens A. Choenni Motieven van de Turkse ondernemers in de horecasector in Genk (1997, p. 26) verklaren drie theorieën de participatie aan het ondernemerschap van de etnische ondernemers, namelijk de culturele theorieën, de structurele theorieën en de interactietheorie. H. Lambrecht, H. Verhoeven en A. Martens (2002, p. 5) baseren zich hierbij op de indelingen van Bovenkerk (1983) en Jenkins (1984). Deze modellen zijn het economische model, het reactiemodel, het culturele model en het ondernemersmodel. Uit onze studie komen we tot de vaststelling dat ‘displacement with choice’ een rol speelde bij de zelfstandige ondernemers. 77 % van de ondervraagden vinden de financiële voordelen van het ondernemerschap van belang. Het motief ‘displacement with no choice’ heeft echter bijna geen invloed gehad op de ondervraagde Turkse ondernemers. Vervolgens blijkt dat ‘disposition to act’ zeer belangrijk is. De geïnterviewden vinden ‘eigen baas zijn’ een belangrijk aspect. Wat betreft het hoofdmotief ‘credibility’ stellen we vast dat 23 van de 39 geïnterviewde zelfstandigen door de geringe eisen van dit ondernemerschap zich bekwaam voelen voor dit soort zaak. Wanneer we het vierde hoofdmotief, ‘availability of resources’, analyseren constateren we dat de elementen ‘goede vakman voor dit bedrijf’ het belangrijkste motief is bij de branchekeuze, gevolgd door ‘toenemende vraag naar product of dienst’ en ‘ook aantrekkelijk voor de Belgen’. Hieruit kunnen we afleiden dat deze ondernemers veel belang hechten aan de markt. Dit komt overeen met de bevindingen van H. Lambrecht, H. Verhoeven en A. Martens (2002, p. 120), maar is in tegenstelling met de vaststellingen uit het onderzoek van H.J.M. van den Tillaart en T.J.M. Reubsaet (1988, p. 88). Verder hebben we het volgende profiel van de Turkse ondernemers in de horecasector in Genk vastgelegd: er zijn 39 Turkse ondernemers actief in de horecasector in Genk. 3 % van deze ondernemers exploiteren een hotel, 67 % heeft een restaurant en eenendertig procent baat een café uit. Verder blijkt dat vrouwen in mindere mate ondernemen dan mannen, 13 % van de 37 geïnterviewde ondernemers zijn vrouwen. Motieven van de Turkse ondernemers in de horecasector in Genk De gemiddelde leeftijd van ondervraagden is 43,7 jaar oud. De jongste ondernemer is 26 jaar en de oudste ondernemer is 73 jaar. Ook stellen we vast dat 82 % van de geïnterviewden gehuwd, 10 % ongehuwd en 8 % getrouwd geweest is. De meerderheid (82 %) van de ondernemers uit onze studie bezit de Belgische nationaliteit. De belangrijkste migratiemotieven van de 87 %, die niet in België zijn geboren, zijn ‘het vertrek van de ouders naar het gastland’ (32 %) en ‘het huwelijk’ (29 %). Vervolgens stellen we vast dat de gemiddelde bestaansduur van de onderzochte ondernemingen ongeveer 9,5 jaar is. Het is opvallend dat er 7 ondernemingen zijn met een bestaansduur van meer dan 16 jaar. Daarenboven heeft ongeveer de helft van de zelfstandigen (49 %) zijn zaak al 0 tot 5 jaar. Dit wil zeggen dat er veel pas opgestarte ondernemingen zijn. Daarnaast blijkt dat 30 % van de ondernemers hun eerste bedrijf tussen de leeftijd van 26 en 30 jaar hebben opgericht, gevolgd door de leeftijdsgroep van 31-35 (24 %) en 21-25 (16 %). Uit de analyse van de ondernemingskenmerken van de Turkse zaken blijkt dat de meerderheid van de ondervraagden (69 %) een onderneming als eenmanszaak hebben opgestart. Verder hebben 26 % van de ondernemingen een BVBA en 5 % van de zelfstandigen een VZW als rechtsvorm. Ook hebben we de moeilijkheden die deze bedrijven hebben ondervonden bestudeerd. Zo blijkt dat 59 % geen enkele problemen hebben ondervonden doorheen de uitbating van de zaak en 26 % had de eerste jaren na de start te kampen met problemen. Verder hadden 5 % van de ondernemingen in het verleden geen problemen meegemaakt, maar momenteel hebben ze te kampen met een aantal moeilijkheden. Ten slotte zijn er ondernemingen die voortdurend, doorheen de uitbating van de zaak, problemen hebben ondervonden (10 %).
URI: http://hdl.handle.net/1942/1198
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A926.31 kBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.