www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1190

Title: De aanwezigheid van ondernemers in de Parlementen van België : sociaal-economische kenmerken, carrière, motivatiestudie en studie van het politiek gedrag
Authors: STROEKEN, Pieter
Issue Date: 2006
Abstract: Dat ondernemers in het Vlaams Parlement minder actief zijn dan niet-ondernemers, is de belangrijkste conclusie van deze eindverhandeling. Welke besluiten er nog genomen werden en hoe er toe gekomen werd, kan men hieronder lezen. Deze studie neemt het politiek gedrag van ondernemers in het Vlaams Parlement onder de loep. Aan de hand van de studie van Mintzberg over de rollen van een manager wordt er een verband gelegd tussen ondernemers en politici. Op het einde van het uitgangspunt wordt er verteld dat dit onderzoek kadert in een algemeen driedelig onderzoek naar ondernemers in de politiek. In het eerste deel van dit driedelig onderzoek gaat men de socio-economische achtergrond van ondernemers in de politiek bestuderen. Het tweede deel handelt over de motivatie van ondernemers om aan politiek te doen. Het derde deel en meteen ook deze eigenlijke eindverhandeling, bestaat uit het onderzoeken van het politiek gedrag van ondernemers. Vervolgens worden een aantal belangrijke begrippen uit dit onderzoek belicht. Er wordt uit de literatuur een overzicht gegeven van het begrip onderneming en meer nog van het begrip ondernemer. Ook de Belgische staatsstructuur komt aan bod. Als onderdeel van die staatsstructuur wordt de werking van het Vlaams Parlement besproken. De verantwoordelijkheden van de volksvertegenwoordigers verdienen daarbij speciale aandacht. Via een beeld over politiek en het politiek systeem van Easton wordt er de link gelegd met het politiek gedrag. In deze studie naar het politiek gedrag luidt de onderzoeksvraag logischerwijs als volgt: “Is er een verschil tussen ondernemers en niet-ondernemers bij het uitoefenen van de verantwoordelijkheden als volksvertegenwoordiger in het Vlaamse Parlement?” Mede via het antwoord op de volgende twee deelvragen, komt men via deze studie tot een antwoord op de centrale onderzoeksvraag. Is er een onderscheid tussen ondernemers en niet-ondernemers bij het uitvoeren van hun controlerende verantwoordelijkheid in het Vlaams Parlement? Is er een onderscheid tussen ondernemers en niet-ondernemers bij het uitvoeren van de wetgevende verantwoordelijkheid in het Vlaams Parlement? Op basis van de verschenen literatuur over de studie naar politieke activiteit, worden er drie onafhankelijke variabelen geselecteerd, namelijk “ondernemer/nietondernemer”, “meerderheid/oppositie” en “leeftijd”. Doel van de studie is dus de invloed nagaan van deze drie onafhankelijke variabelen, enerzijds op de totale politieke activiteit, anderzijds op de twee onderdelen van die activiteit, namelijk controle en wetgeving. Bij beide deelvragen wordt gezocht naar parlementaire initiatieven die gesteld kunnen worden wanneer de volksvertegenwoordiger één van de twee verantwoordelijkheden op zich neemt. Zo worden een aantal initiatieven als een uiting van de controlerende verantwoordelijkheid beschouwd, en een aantal als een uiting van de wetgevende. Bij de dataverzameling wordt voor elk door deze studie geselecteerd initiatief voor elke volksvertegenwoordiger nagegaan hoeveel keer er zo’n initiatief ingediend werd. Niet alleen wordt het aantal keer geteld. Ook werd er een classificatie gemaakt. Zo werden de controlerende initiatieven ingedeeld op basis van de beleidsdomeinen, terwijl de wetgevende initiatieven opgedeeld werden op basis van de commissies. Bij de controlerende activiteit worden de categorieën worden gemaakt op basis van de beleidsdomeinen. Zo worden de volgende categorieën gemaakt: Fientje Moerman: vice-ministerpresident van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel. Frank Vandenbroucke: vice-ministerpresident van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming. Dirk Van Mechelen: minister van Financiën, Begroting, en Ruimtelijke Ordening. Overige bevoegdheden (Anderen). Deze vier categorieën worden in de studie afgekort tot respectievelijk Economie, Werk, Financiën en Anderen. Bij de wetgevende activiteit worden de categorieën gemaakt op basis van de commissies. Zo ontstaan de volgende categorieën: Commissie voor Economie, Werk en Sociale Economie Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting Overige commissies (Anderen). Deze drie categorieën worden in de studie afgekort tot respectievelijk Economie, Financiën en Anderen. Nadat de initiatieven van de eerste 6 maanden van het zittingsjaar 2005-2006 in kaart worden gebracht, volgt de eigenlijke analyse. In de analyse wordt er eerst een rechtstreeks antwoord gezocht op de centrale onderzoeksvraag. Dat ondernemers op gebied van hun totale activiteit in het Vlaams Parlement minder actief zijn dan niet ondernemers is de eerste belangrijke conclusie. Vervolgens worden de controlerende en wetgevende activiteit afzonderlijk behandeld. Voor de controlerende activiteit wordt er eerst de invloed van de onafhankelijke variabelen op de totale controlerende activiteit nagegaan. Vervolgens komt de invloed op de activiteit in de verschillende categorieën aan bod. Na deze bivariabele analyses wordt er met een multivariabele analyse nagegaan of de eerder opgemerkte verbanden aanwezig blijven. Steeds worden de analyses uitgevoerd op basis van absolute en relatieve gegevens. De regressie analyse op basis van de absolute gegevens geeft voor de controlerende activiteit als belangrijkste resultaat: In het Vlaams Parlement stellen ondernemers in verhouding tot hun totale controlerende activiteit meer initiatieven die gerangschikt worden onder het beleidsdomein Economie dan niet-ondernemers. Er is geen verschil tussen ondernemers en niet-ondernemers in de controlerende activiteit, zowel op gebied van de totale controlerende activiteit als op gebied van de categorieën Economie, Werk, Financiën en Anderen De relatieve multivariabele analyse voor de controlerende verantwoordelijke gaf als belangrijkste resultaat: Ondernemers zijn in verhouding tot de totale controlerende activiteit meer actief op gebied van de categorie Economie dan niet-ondernemers. Er is geen verschil tussen ondernemers en niet-ondernemers in relatieve activiteit op gebied van de categorieën Werk, Financiën en Anderen. Voor de analyse van de wetgevende activiteit wordt hetzelfde stramien gevolgd. Daar is de conclusie op basis van de absolute verhoudingen voor de variabele “ondernemer/niet-ondernemer” de volgende: In het Vlaams Parlement zijn ondernemers minder actief dan nietondernemers op gebied van de totale wetgevende activiteit en de categorie Anderen. In het Vlaams Parlement is er geen verschil tussen ondernemers en nietondernemers op gebied van de categorieën Economie en Financiën. De regressieanalyse op basis van relatieve verhouding brengt de volgende zaken aan het licht: Er is geen verschil tussen ondernemers en niet-ondernemers in relatieve wetgevende activiteit op gebied van de categorieën Economie, Financiën en Anderen. Niet alleen worden er in dit onderzoek besluiten genomen omtrent de invloed van de variabele “ondernemer/niet-ondernemer”. Ook de invloed van de variabelen “meerderheid/oppositie” en “leeftijd” komen aan bod.
URI: http://hdl.handle.net/1942/1190
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A668.9 kBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.