www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1148

Title: Waarom zijn de anti-globalisten tegen de WTO ?
Authors: Moniquet, Stijn
Issue Date: 2006
Abstract: De term “globaliseringstijdperk” is de favoriete naam om de hedendaagse tijd te omschrijven. Globalisering wordt steeds meer geassocieerd met voortschrijdende liberaliseringen van de economische relaties en het verdwijnen van staatsgrenzen voor kapitaal en productiemiddelen. Ideologisch is het neoliberale gedachtegoed schatplichtig aan het globalisatieproces. Het kapitaal, de investeringen en de producten moeten zo vrij als mogelijk kunnen bewegen en elke sociale interventie in dit bewegingsproces moet vermeden worden. De mens heeft als gevolg van deze globaliseringsprocessen steeds minder grip en invloed op zijn directe leefomgeving. Er ontstaat dus een groeiende oppositionele wereldwijde beweging van groeperingen. De Wereldhandelsorganisatie, WTO, wordt als de bezieler van deze economische globalisering beschouwd. De WTO is opgericht tijdens de Uruguay-Ronde (1986- 1994) als opvolger van de GATT (General Agreement on Tariffs and Trade). De GATT is een akkoord opgesteld om de handel tussen de betrokken naties vrij te maken en zo een coherent internationaal economisch systeem te creëren. Met het ontstaan van de WTO werd de werkingssfeer van de GATT uitgebreid tot onder meer de handel in diensten (GATS) en handelsgerelateerde aspecten van het intellectuele eigendom (TRIPS). Naast de WTO zijn er tal van andere internationale instellingen en spelers die als globalistisch kunnen beschouwd worden. De bekendste zijn het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. De anti-globalisten hebben kritiek op het restrictief monetair en fiscaal beleid van het IMF. Hierdoor zou het IMF bankfalingen, recessies en dalende overheidsuitgaven veroorzaken. De kritiek op de Wereldbank richt zich vooral op zijn neoliberale houding en de schending van de mensenrechten. De derde ministerconferentie in Seattle in 1999 zorgde ervoor dat het WTO een beruchte en omstreden instelling werd. Deze gebeurtenis staat bekend als “the Battle of Seattle” en wordt door velen als de geboorte van de anti-globalistische beweging bestempeld. Anti-globalisme wordt gebruikt om de politieke gedachtegang weer te geven van de groep mensen die zich verzet tegen de huidige handelreglementering vanwege internationale handelsorganisaties. De beweging wordt gekenmerkt door zijn verschillende meningen over het globalisatieproces. De anti-globalisten moeten zich verweren tegen verwijten zoals dubbele agenda’s, starheid bij het aangaan van dialoog, populisme en gebrek aan interne transparantie. In deze eindverhandeling worden verschillende groepen van anti-globalisten onderscheiden. De antiglobalisten tegen de vrije handel waarschuwen ervoor dat de vrije handel de welvaart en het welzijn bedreigt en voor een grotere ongelijkheid zorgt in de wereld. De milieuactivisten postuleren dat de globalisatie het milieu zou schaden. Sociale ontwikkelingsagentschappen zoals Oxfam International hekelen het feit dat de regelgeving van de WTO enkel de bedrijven in de rijke landen te goede komen. Er bestaat ook linkse kritiek op de globalisatie. Zij verenigen zich in een Wereld Sociaal Forum en koesteren de droom van een linkse samenleving in de huidige geglobaliseerde omgeving. Het is nuttig de participatie van niet-gouvernementele organisaties, zoals Oxfam International en 11.11.11, bij de WTO te onderzoeken. In hun relatie met de WTO spelen de NGO’s de rol van observator en proberen ze met de opgedane kennis de burgers, de parlementariërs, de media en andere maatschappelijke actoren te informeren. De NGO’s kunnen behoorlijk makkelijk informatie inwinnen bij de WTO. Ze worden ook toegelaten op de symposia die door het WTO- secretariaat georganiseerd worden. Het blijft moeilijk voor de NGO’s om contacten te leggen met de delegatieleden en de toegang tot de vaak bekritiseerde WTOgeschillencommissie blijft beperkt. De WTO coördineert de politieke besluitvorming over de wereldwijde liberalisering van markten en producten. Als gevolg van de verschillende politieke en economische belangen zijn er grote nationale tegenstellingen. Voorts bestaan er binnen de WTO nog tegenstellingen tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden, tussen de vrijhandel en de milieubescherming en tussen de werkgevers en werknemers. Het erkennen van deze tegenstellingen stellen ons in staat de problematiek rond de WTO en zijn rol in het globalisatiedebat beter te begrijpen. De verwijten van de anti-globalisten worden in vier delen besproken. De eerste kritiek richt zich op het GATS (General Agreement on Trade in Services). Het GATS handelt over de uitbreiding van de liberalisering van de wereldhandel in diensten. Zowel de voorstanders als de tegenstanders van het GATS zijn het over één ding eens: het toepassingsgebied van het GATS is te groot. Ze vragen dus dat het WTO duidelijk specificeert welke diensten wel, en welke diensten niet onder zijn mandaat vallen. De fysische en technologische infrastructuur is vaak een belangrijk wapen om de competitiviteit op de dienstenmarkt te verhogen. De ontwikkelingslanden liggen op dat vlak behoorlijk achter op de ontwikkelde landen en kunnen zich bijgevolg minder snel aanpassen aan de behoeften die er zich op de markt zullen afspelen. De anti-globalisten vrezen dat belangrijke diensten die bijdragen tot het welzijn en de ontwikkeling, zoals onderwijs, gezondheid en watervoorziening, ten prooi zullen vallen aan de wetmatigheden van de vrije markt. Hierdoor zal de kwaliteit van de diensten geleverd aan mensen met beperkte middelen en weinig politieke invloed verslechten. De anti-globalisten zijn ook kritisch voor de geschillenregeling (Dispute Settlement Body, DSB) van de WTO. De DSB vormt een centrale pillaar in het multilaterale handelssysteem en wordt door velen als een machtig en nuttig wapen beschouwd om onregelmatigheden te voorkomen en te bestraffen. Het heeft als doel de stabiliteit van de wereldeconomie te garanderen door het handelssysteem veilig en voorspelbaar te maken. De kritiek richt zich vooral op het panel van experts dat de geschillen moet beoordelen en het ondemocratische en geheime karakter van de DSB. Het is algemeen geweten dat de belangen van het leefmilieu en deze van de liberale economie vaak botsen. Ondanks het feit dat de WTO maatregelen heeft genomen om het milieu te beschermen worden deze maatregelen verweten discriminerend te zijn en deel uit te maken van verdoken handelsbelemmeringen. De anti-globalisten kanten zich tegen de WTO met als argument dat de handelsbelangen voorrang krijgen op de bescherming van de natuur. De productie verplaatst zich naar de gebieden waar de productie het meest efficiënt is en waar dus vaak de laagste milieucriteria gelden. Ten slotte wordt de kritiek op het TRIPS akkoord besproken. Het TRIPS akkoord verplicht alle lidstaten om patentrechten te verlenen aan uitvinders of ontdekkers van nieuwe technologie. De anti-globalisten beweren dat het akkoord door de ontwikkelde landen gebruikt wordt om de belangen van de machtige farmaceutische industrie te behartigen. Ze verwijten de WTO op deze manier mensen te doden door hen bijvoorbeeld de toegang tot levensnoodzakelijke medicijnen te ontzeggen.
URI: http://hdl.handle.net/1942/1148
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A607.58 kBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.