www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1104

Title: Internationalisatie door Vlaamse dienstverleners : wat en hoe
Authors: JANSSEN, Ralph
Issue Date: 2006
Abstract: Het wordt als maar belangrijker samen te werken, ook buiten de landsgrenzen om tot optimale resultaten te komen. Dit is zowel het geval voor dienstverleners als productiebedrijven. Internationalisatie is dan ook een fenomeen dat de laatste jaren volgens verschillende media enorm aan populariteit heeft gewonnen. Of dit in de werkelijkheid echt zo is voor Vlaamse dienstverleners, en de redenen hierachter, werd onder andere onderzocht in deze eindverhandeling. Ook de internationalisatiegraad, de internationalisatievormen en de mogelijke nieuwe afzetmarkten van Vlaamse dienstverleners werden nader bekeken. In de literatuurstudie werd er veel belang gehecht aan een duidelijke omschrijving van kerntermen. Vage algemene begrippen zoals ‘diensten’ en ‘internationalisatie’ werden dan ook geconcretiseerd. Diensten werden aan de hand van hun vier basiskenmerken onaantastbaarheid, heterogeniteit, gelijktijdige productie en consumptie en vergankelijkheid verklaard. Daarna volgde een classificatie van diensten op basis van deze en andere kenmerken, en werden nog enkele gedragsprofielen aangehaald evenals de perceptie van bepaalde groepen dienstverleners ten opzichte van internationalisatie. De interpretatie van ‘internationalisatie’ in deze verhandeling werd op basis van verschillende definities geformuleerd. Naast een omschrijving van deze termen, werd ook meer concreet een blik geworpen op en een omschrijving gegeven van de verschillende bestaande internationalisatievormen, de motieven om al dan niet internationaal actief te worden, en een bespreking van kansrijke en bestaande afzetmarkten. Op basis van enkele gevoerde onderzoeken zoals onder andere O’Farrell, Wood en Zheng (1996), Erramilli (2001) en Christophe en Lee (2002), kon dan in een tweede fase van dit onderzoek een enquête opgesteld worden waarmee we naar de Vlaamse dienstverleners zijn gestapt. De reden hiervoor was de internationalisatie van dienstenondernemingen in Vlaanderen in kaart te brengen. In samenwerking met UNIZO konden de enquêtes elektronisch verstuurd worden naar 4.158 ondernemingen die lid waren van de federatie van bedrijven in de bouwsector en 2.033 ondernemingen die lid waren van de federatie van vrije -4- en intellectuele beroepen. Bij deze ondernemingen werd dan gepolst naar de in de literatuur besproken onderwerpen zoals de internationalisatiegraad, de eerste en meest gangbare internationalisatievorm, motieven om wel of niet internationaal actief te worden, en de verschillende mogelijke afzetmarkten. De resultaten waren niet overweldigend aangezien enkel 72 ondernemingen de enquête invulden. Dit is een respons van slechts iets meer dan één percent! Aangezien we deze groep ook nog moesten opsplitsen in internationaal actieve en niet internationaal actieve ondernemingen was het onmogelijk om onderbouwde besluiten te kunnen trekken. Wel was het mogelijk enkele trends waar te nemen, en aan de hand van de besproken onderzoeken in de literatuur kon dan een vergelijking gemaakt worden. De meeste ondernemingen die deelnamen aan de bevraging waren zeer kleine ondernemingen (minder dan vijf personeelsleden). Dit had natuurlijk te maken met de soorten ondernemingen die gecontacteerd werden. Vlaanderen is bovendien een typisch KMO-gebied. Ook bestonden ze meestal langer dan tien jaar. Over de internationalisatiegraad kunnen we geen uitsluitsel geven. Volgens de resultaten waren de helft van de ondernemingen internationaal actief, maar dit lijkt vrij hoog. Waarschijnlijk hebben vele niet internationaal actieve ondernemingen de enquête bewust niet ingevuld aangezien ze ervan uit gingen dat ze enkel betrekking had op internationaal actieve dienstverleners. Degenen die internationaal actief zijn, zijn dit vaak ook in vrij beperkte mate. Gemiddeld is de verhouding binnenlandse/buitenlandse omzet ongeveer 75/25 in dit onderzoek. De verschillende in de literatuur besproken redenen om internationaal actief te worden bleken allemaal wel gegrond te zijn. Toch was er niet echt een uitschieter waar te nemen. Bij de afschrikkingfactoren was dit wel het geval. Administratieve lasten blijken de grootste belemmering om niet de internationale weg te gaan bewandelen. Dit kwam niet nadrukkelijk tot uiting in de literatuur, aangezien meestal naar buitenlandse onderzoeken is gekeken, maar op de KMO-internationalisatiedag van UNIZO en ING werd dit item, en terecht, wel aangehaald als een van de belangrijkste struikelblokken. -5- Wat ook opviel was het feit dat in verhouding vele ondernemingen nog niet zo heel lang actief waren. De keuze om internationaal actief te worden werd meestal beïnvloed door de huidige klanten die hierom vroegen. Dit is vergelijkbaar met de resultaten voor Groot- Brittannië (O’Farrell, Wood en Zheng, 1996). Wat de eerste en meestal ook de huidige internationalisatievorm betreft, zagen we dat dit vooral de minder risicovolle vormen zoals ‘diensten verrichten voor buitenlandse klanten in eigen vestiging’ zijn. Dit is conform de bevindingen van Patterson en Cicic (1995) en zou dus een juiste trend kunnen weergeven. De afzetmarkten vindt men in bijna zeventig percent van de gevallen naast de deur. Buurlanden zijn zeer populair, en worden ook nog steeds als zeer kansrijk ingeschat. De nieuwe opkomende markten zoals Centraal- en Oost- Europa en Azië worden volgens de resultaten van dit onderzoek toch lichtjes overschat, maar in de toekomst kan dit natuurlijk wel veranderen. De kansrijkheid van deze gebieden, vooral Centraal- en Oost-Europa dan, wordt wel vrij optimistisch ingeschat door Vlaamse dienstverleners.
URI: http://hdl.handle.net/1942/1104
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A3.48 MBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.