www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1064

Title: Beïnvloedende factoren voor ondernemingszin bij studenten in het hoger onderwijs
Authors: GERAERTS, Veerle
Issue Date: 2006
Abstract: Het gebrek aan ondernemerschap in Vlaanderen staat centraal in talrijke persberichten en diverse initiatieven van allerlei instanties. De basis van dit gebrek ligt onder andere bij een tekort aan ondernemingszin bij de jongeren. Geen jongeren met ondernemingszin betekent geen ondernemers. Ondernemingszin gaat om iets proberen met enerzijds het bewustzijn dat men grenzen moet verleggen en anderzijds de lust om iets nieuws en duurzaams te creëren. Dit alles vanuit een drang naar autonomie en met een onbevreesde blik op de realisatie van de waargenomen kansen. In deze eindverhandeling wordt nagegaan welke factoren de ondernemingszin van studenten in het hoger onderwijs beïnvloeden. In een eerste stap werd ondernemingszin met een verkennende literatuurstudie onderzocht. Om de ondernemingszin van een individu te beoordelen werd het begrip onderverdeeld in 29 componenten. Deze componenten zijn psychologische concepten of persoonskenmerken typerend voor individuen met ondernemingszin. Een volgende stap was het opstellen van een meetinstrument. In het eerste deel van het meetinstrument werd de ondernemingszin gemeten en in het tweede deel werden een aantal factoren onderzocht. Door de combinatie van de twee delen kon worden nagegaan welke factoren al dan niet een invloed op de ondernemingszin van de studenten hebben en hoe het gesteld is met de invloed op de componenten van ondernemingszin. Gezien de probleemstelling bestond de populatie voor het onderzoek uit alle studenten van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Omwille van de beperkte middelen en tijd was het onmogelijk een representatief onderzoek uit te voeren bij deze populatie. Er werden bijgevolg drie beperkingen opgelegd: - Enkel de Limburgse onderwijsinstellingen werden onderzocht. - 3 - - Binnen de instellingen werd met een doelgerichte steekproef gewerkt. De enquêtering vond plaats bij die studierichtingen waarvoor de mogelijkheid om zelfstandig te ondernemen het meest voor de handliggend is. - Enkel de studenten van het laatste jaar werden onderzocht omdat de ondernemingszin bij studenten in het midden van hun opleiding nog beïnvloed kan worden door de activiteiten die men in de loop van de komende jaren onderneemt. Deze kans is kleiner bij studenten die binnen enkele maanden afstuderen. Het onderzoek leidde tot de volgende conclusies: - Er is geen beduidend verschil in ondernemingszin tussen de verschillende studierichtingen. Wel kunnen de studenten van de faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen beter verschillende taken combineren dan de overige studenten. Ze weten echter niet zo goed waarvoor ‘ze willen gaan’ wanneer er zich een aantal keuzemogelijkheden voordoen. Tegen de verwachting in heeft de aanwezigheid van een vak in verband met Bedrijfsmanagement in het studiepakket geen invloed op ondernemingszin of één van de componenten. De deelname aan ERASMUS/ LEONARDO of het uitoefenen van een stage tijdens het hoger onderwijs hebben ook geen invloed. Er blijkt een verschil te zijn tussen de studenten die wel en niet studievertraging hebben opgelopen wat betreft prestatiemotivatie, de capaciteit om de juiste prioriteiten te stellen, de zorgvuldigheid waarmee men te werk gaat en de mate van bijsturen. - Leden van de leiding van een jeugdbeweging scoren niet beter voor ondernemingszin maar wel voor enthousiasme, impact willen, verantwoordelijkheidszin en mobiliseren. Bij de vergelijking van de leden van het presidium van een studentenvereniging met de anderen wordt geen beduidend onderscheid in ondernemingszin ontdekt. Een aantal algemene assumpties worden wel bevestigd. Zo is het te verwachten dat de inspiratie en de originaliteit worden gestimuleerd bij een deelname aan het presidium. Met het onderzoek werd vastgesteld dat het volgen van een extra opleiding buiten de dagopleiding een significante invloed op de ondernemingszin heeft. Studenten die een - 4 - extra opleiding buiten de dagopleiding volgen scoren op de helft van de componenten van ondernemingszin beter dan de anderen. - Het is opvallend dat de vergelijking van de ondernemingszin van mannen en vrouwen geen significant verschil oplevert. De assumptie dat het uitoefenen van een studentenjob een invloed heeft op de ondernemingszin gaat niet op volgens dit onderzoek. Algemeen werd veel minder invloed van de onafhankelijke variabelen op ondernemingszin en zijn componenten geconstateerd dan in eerste instantie werd verwacht. Het enige dat een invloed heeft is het volgen van een extra opleiding buiten de dagopleiding, waarbij de vraag kan gesteld worden of men niet al ondernemend moet zijn om een extra opleiding te gaan volgen. De enige mogelijkheid om de effecten van een factor werkelijk aan te tonen is met onderzoek over een langere tijdsspanne. Om de invloed van bepaalde activiteiten op de ondernemingszin correct te onderzoeken, is een experimentele opzet met een pre- en postmeting nodig. De tijd tussen de pre- en de postmeting zou minimaal anderhalf jaar moeten bedragen, een onhaalbare termijn voor een eindverhandeling.
URI: http://hdl.handle.net/1942/1064
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A1.19 MBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.