www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1061

Title: De economische haalbaarheid van kleinschalige afvalwaterzuivering in Vlaanderen
Authors: GEERTS, Serge
Issue Date: 2006
Abstract: Water is een kostbaar goed en onderzoek naar mogelijke zuiveringstechnieken is dan ook zeker meer dan nodig. De klassieke systemen zijn geschikt voor de afvalwaterzuivering van grote, dichtbevolkte centra waar weinig ruimte beschikbaar is en waar een dure gecentraliseerde aanpak economisch rendabel is. (Een gemiddeld waterzuiveringsstation voor huishoudelijk afvalwater in Vlaanderen zuivert de vuilvracht van ongeveer 30.000 huishoudens). In landelijke gebieden geteisterd door versnippering en lintbebouwing is behandeling ter plaatse een goed alternatief. De constructie van klassieke waterzuiveringssystemen met rioleringsstelsels en centrale waterzuiveringsinstallaties in landelijke gebieden is door zijn gespreide lozingspunten immers een zeer kostelijke zaak. Deze meestal kleine gemeenten worden door hun kleine bevolkingsdichtheid en lage rioleringsgraad aldus geconfronteerd met hoge kosten per inwonerequivalent1. Deze plattelandsgemeenten zullen eisen dat nieuwe individuele woningen hun huishoudelijk afvalwater zelf gaan zuiveren als deze niet op de openbare riolering zijn aangesloten. De vroegere septische put zal moeten vervangen worden door een individuele waterzuiveringsinstallatie om te voldoen aan de normen voor oppervlaktewater. (Principes van Kleinschalige Waterzuiveringsinstallaties - Eindwerk, Van Steenwinkel S., Scheppersinstituut - Vakgroep Chemie, Mechelen, 2002) Een andere mogelijkheid bestaat in om een echte kleinschalige waterzuiveringsinstallatie te bouwen in plaats van een individueel systeem. Deze kan dan zorgen voor de zuivering van het afvalwater van een groep huizen of een wijk. Deze optie die tot 1000 inwonersequivalenten (i.e.) kan zuiveren valt onder de bevoegdheid van de gemeente. (Boerenbond online, oktober 2005) Er zijn veel verschillende modellen van IBA-systemen (individuele behandeling van afvalwater) op de markt. De klassiekers zijn zonder meer de septische tank en rietvelden. Maar ook technologisch meer geavanceerde installaties zijn beschikbaar op de markt. Dit zijn de zogenaamde mechanische IBA’s. Dit zijn kits bestaande uit verschillende ingegraven compartimenten die de verschillende 1 Een inwonersequivalent (IE) is een eenheid van verontreiniging. Het drukt zowel een debiet als een bepaalde vuilvracht uit en komt overeen met het afvalwater dat gemiddeld door 1 inwoner op 1 dag wordt geproduceerd. Technisch wordt dit als volgt gedefinieerd. Een inwonerequivalent is gedefinieerd als de biologisch afbreekbare organische belasting met een biochemisch zuurstofverbruik gedurende vijf dagen van 60 g zuurstof per dag. (http://www.eu-milieubeleid.nl/ch04s11.html) stappen van een zuiveringsproces in één of meerdere tanks concentreren. Al deze modellen verschillen van elkaar onder meer in de grootte, kostprijs, zuiveringstijd, kwaliteit van het gezuiverde water,… Het is dus zeker niet onbelangrijk om al deze eigenschappen tegen elkaar af te wegen. (Baeyens, J., 2005 (voorstelling op studiedag)) Het is echter niet alleen belangrijk om de intentie te hebben om te zuiveren. De kwaliteit van het gezuiverde water is zeker even belangrijk, maar de zuiveringsgraad van de verschillende systemen verschilt soms sterk. Daar de bezitters van een IBA-systeem financiële voordelen verkrijgen door ondermeer een vrijstelling van heffing op drinkwater en een premie voor het bouwen ervan, is het nodig dat deze installaties voldoen aan zuiveringsnormen. Het wettelijke kader verwijst hierbij naar de code van goede praktijk. Hiermee wordt bedoeld dat elk systeem dat de wettelijke normen haalt, aanvaard wordt. De fabrikant van het systeem draagt hier dus mee de verantwoordelijkheid. Momenteel is er een Europese ontwerprichtlijn die bepaalt dat er een certificering moet gebeuren van elke kleinschalige waterzuivering met een capaciteit van minder als 50 inwonersequivalenten (i.e.). Certipro (een onderdeel van het VITO) heeft hiervoor al initiatief genomen en is reeds erkend als keuringsinstelling. Verder moet men natuurlijk ook weten wie nu zelf zijn water moet zuiveren en wie niet. Hier zitten we momenteel in een overgangsperiode tussen een oud systeem, waarbij men een driedelige indeling heeft van zuiveringszones onder de huidige Vlaremwetgeving, en een nieuw systeem waarbij men per perceel de beste zuiveringsmethode gaat opleggen. Dit laatste gaat gebeuren aan de hand van een nieuw zoneringsplan, wat wel nog goedgekeurd dient te worden. Hiervoor zullen dus ook wijzigingen moeten aangebracht worden in de Vlaremwetgeving. In het oude systeem (de huidige Vlaremwetgeving) is een IBA verplicht voor alle nieuwe lozingen van huishoudelijk afvalwater in de zuiveringszone C. Bij het nieuwe zoneringsplan met de bijbehorende wijzigingen in Vlarem zal een IBA nodig zijn voor elke lozing die plaatsvindt in een op de nieuwe zoneringskaart aangeduid rood gebied. Deze gebieden worden gevonden door middel van een mathematisch model, ontwikkeld door Aquafin N.V., dat verschillende saneringstechnieken definieert en deze vergelijkt op economische basis. (De Backer, L., 2005) Hier kunnen we bij opmerken dat het ook soms voordelig (zowel financieel als organisatorisch) om in bepaalde gebieden in plaats van IBA’s te plaatsen of in plaats van grootschalig te rioleren, te opteren voor een kleinschalige waterzuivering. Hiervoor kan men in het algemeen gemakkelijk een vergelijking maken tussen de verschillende kostprijzen van de verschillende mogelijkheden. Deze verandering van beleid is nodig voor de uitvoering van de Europese richtlijn over de Zuivering van Stedelijk Afvalwater. Deze richtlijn stelt dat binnen agglomeraties groter dan 2.000 i.e. het stedelijke afvalwater tegen eind 2005 afgevoerd moet worden via riolering en gesaneerd dient te worden in een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). De lozingen die buiten deze agglomeraties gebeuren, moeten aan afdoende zuivering onderworpen zijn (De Backer, L., 2005). Een andere reden voor de verhoogde belangstelling heeft ook te maken met de Europese Kaderrichtlijn Water. Sinds 22 december 2000 is deze van kracht. De richtlijn vormt het raamwerk voor het integrale waterbeleid van de Unie én van de lidstaten, die de Europese regelgeving naar eigen wetgeving moeten omzetten. Ze moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van de watersystemen in Europa wordt verbeterd, onder meer door de lozingen aan te pakken. Ook beoogt men het duurzaam gebruik van water te verbeteren en de vervuiling van het grondwater tegen te gaan. (www.kaderrichtlijnwater.nl) In Vlaanderen gebeurt de omzetting door middel van het decreet betreffende het integrale waterbeleid. Integraal waterbeleid wordt door het decreet als volgt geformuleerd: “Het integrale waterbeleid is het beleid gericht op het gecoördineerd en geïntegreerd ontwikkelen, beheren en herstellen van watersystemen met het oog op het bereiken van de randvoorwaarden die nodig zijn voor het behoud van dit watersysteem als zodanig, en met het oog op het multifunctionele gebruik, waarbij de behoefte van de huidige en komende generaties in rekening wordt gebracht.” (Waterloket vlaanderen online, november 2005)). Als men eenmaal bepaald heeft welke percelen wel en welke niet een IBA moeten aanleggen, dan is de volgende vraag natuurlijk wie deze installatie zal betalen. Het algemene principe hier is dat de bouwheer, welke meestal de particulier zelf is, deze kosten draagt. Daar deze kosten redelijk hoog kunnen oplopen, zijn er vanuit de overheid twee tegemoetkomingen. Ten eerste bestaat er de mogelijkheid om een subsidie te ontvangen bij de bouw van een IBA. Deze subsidie wordt gedeeltelijk door het Vlaamse Gewest betaald, maar de gemeente kan er zelf ook nog iets extra bijvoegen. De andere tegemoetkoming bestaat uit een vrijstelling van de jaarlijkse heffing op het lozen van afvalwater. (VMM online, 2005) De burger die door de overheid wordt aangeduid om zelf een IBA-systeem te plaatsen, zal dus voornamelijk zelf moeten opdraaien voor de kosten. Hoewel de overheid hier financiële tegemoetkomingen doet, blijkt uit dit eindwerk dat dit zeker niet volstaat. De investering heeft langs de zijde van de burger een duidelijke negatieve Netto Contante Waarde. Een gevolg hiervan is dan ook dat burgers eigenlijk niet evenredig behandeld worden indien het om afvalwaterzuivering gaat. Hierbij zal de overheid rekening mee moeten houden bij het uitwerken van de nieuwe reglementering die de nieuwe zoneringsplannen zullen vergezellen. Ook de uitvoering van de toekomstige nieuwe wetgeving zal moeten veranderen. In het verleden werd er van de overheid uit veel te weinig druk uitgeoefend op de burgers, die eigenlijk verplicht waren om een IBA te plaatsen, om ook effectief een dergelijk systeem te installeren. Vlaanderen zit op dit moment zoals eerder al vermeld in een overgangsfase. Door inmenging van Europa is men verplicht geworden er werk van te maken en om de opgelopen achterstand in te halen. Het is dan voor deze materie ook uitermate nuttig om ook eens ons licht ergens anders op te steken. Zo is het de moeite waard om te benchmarken in Nederland, dat op het dit gebied reeds jaren bezig is. Zij staan zelfs al dicht bij het punt dat al hun afvalwater gezuiverd wordt, mede dankzij de massale invoering van IBA’s. Dit kan goed klinken, maar er zijn ook enkele dingen die in Nederland anders gedefinieerd worden als in België, zo wordt in Nederland een septic tank reeds aanzien als een IBA, hoewel dit eigenlijk maar een bedenkelijk zuiveringsresultaat biedt. _____________________________
URI: http://hdl.handle.net/1942/1061
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A3.81 MBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.