www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1052

Title: De invloed van de familiale factor op de solvabiliteit van de onderneming
Authors: DUPONT, Loes
Issue Date: 2006
Abstract: De familiale ondernemingen maken een belangrijk deel uit van de Westerse bedrijfswereld. In België vertegenwoordigen de familiebedrijven ongeveer 70% van alle ondernemingen. Omdat de familiale ondernemingen zo talrijk voorkomen, is het belangrijk om voldoende rekening te houden met deze bedrijven. Het familiale karakter kan een invloed hebben op de financieringsstructuur van een onderneming. Daarmee dat in deze eindverhandeling een onderzoek wordt gevoerd naar de invloed van de familiale factor op de solvabiliteit van de onderneming. Dit brengt ons tot de centrale onderzoeksvraag: “Is er een verschil tussen de familiale en niet-familiale ondernemingen inzake de solvabiliteit?” Eerst wordt er dieper ingegaan op de literatuur, die hierover geschreven is. Vermits de familiebedrijven een groot deel van de ondernemingen vertegenwoordigen, is het noodzakelijk om na te gaan hoe dit begrip gedefinieerd wordt. Uit de literatuur kan geconcludeerd worden dat er geen éénduidige definitie bestaat. De unieke kenmerken van deze ondernemingsvorm kan uitgedrukt worden aan de hand van het drie-cirkelmodel (familie, eigendom en management). Dit model stelt een familiebedrijf voor door middel van drie subsystemen om de complexe relaties aan te geven die verbonden zijn aan deze ondernemingsvorm. In deze eindverhandeling worden verder verschillende ratio’s opgenomen om een antwoord te vinden op de centrale onderzoeksvraag. Deze ratio’s hebben betrekking op de solvabiliteit. Vervolgens worden voor deze aan de solvabiliteit verbonden ratio’s hypothesen opgesteld. Voor het opstellen hiervan wordt gebruik gemaakt van de bevindingen die terug te vinden zijn in de literatuur. Hieruit blijkt dat de meeste onderzoekers van mening zijn dat de familiale ondernemingen meer eigen vermogen opnemen dan de niet-familiale ondernemingen. De reden hiervoor is dat de aandeelhouders van de familiebedrijven schrik hebben om anders de controle over het bedrijf te verliezen. Dit kan het geval zijn als men gebruik maakt van bankkredieten en/of externe kapitaalverhogingen. Om na te gaan of er wel degelijk een verschil is tussen de familie- en nietfamiliebedrijven, wordt voor de verschillende met de solvabiliteit verbonden ratio’s getest of er een statistisch significant verschil is. Hiervoor moet eerst een lijst worden opgesteld van de bedrijven die opgenomen worden in de steekproeven. Om te weten te komen of een onderneming al dan niet een familiaal karakter heeft, werd aan twee deskundigen van VKW-Limburg om advies gevraagd. Zij hebben door hun ervaring met de Limburgse ondernemingen enkele bedrijven kunnen aanduiden. Deze ondernemingen worden dan ook opgenomen in de steekproeven om de hypothesen te testen. De aangeduide ondernemingen komen uit de voedings-, de vervoer- en de bouwsector. Met behulp van het statistisch programma SPSS worden de financiële gegevens van de ondernemingen geanalyseerd. Uit het empirisch onderzoek blijkt dat de financieringsstructuur van de familiale en niet-familiale ondernemingen niet verschillen voor de testen die werden uitgevoerd over de drie sectoren. Zelfs voor een sector apart blijkt dat er geen statistisch verschil is. Enkel het schaaleffect bij de groep van de niet-familiale ondernemingen speelt zodanig een rol zodat er een statistisch significant verschil kan vastgesteld worden. Daaruit blijkt dat de kleine niet-familiebedrijven significant minder lange termijn schulden opnemen dan de grote bedrijven. Om een antwoord te kunnen geven op de vraag of er een verschil is tussen de familiale en de niet-familiale ondernemingen wat de solvabiliteit betreft, zal rekening moeten gehouden worden met zowel de bevindingen uit de literatuur als die van het praktijkonderzoek. Uit het praktijkonderzoek blijkt dat de familiale ondernemingen niet significant meer gebruik maken van eigen vermogen dan de niet-familiale ondernemingen. Dit stemt overeen met de bevindingen van de onderzoekers Coleman en Carsky (1999). De andere onderzoekers delen deze mening niet en gaan er vanuit dat de familiebedrijven wel degelijk meer gebruik maken van de eigen middelen zoals eerder werd aangehaald. Een algemene conclusie die kan getrokken worden is dat de financieringsstructuur niet éénduidig afhangt van het familiale karakter. Desondanks dient aangehaald te worden dat de meeste onderzoekers niet akkoord zijn met deze uitspraak. Ter afsluiting worden nog enkele aanbevelingen geformuleerd waarvoor verder onderzoek kan verricht worden. Eén van de belangrijkste aanbevelingen is het onderzoeken van het schaaleffect voor de groep van niet-familiebedrijven.
URI: http://hdl.handle.net/1942/1052
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A903.43 kBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.