www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1049

Title: Herwaarderen van activa : empirisch onderzoek
Authors: DE REYCK, Niels
Issue Date: 2006
Abstract: In deze eindverhandeling werd er een empirische studie uitgevoerd met betrekking tot het herwaarderen van materiële vaste activa. In een eerste onderdeel van het werk zal het wettelijk kader besproken worden waarin het herwaarderen van deze activa zich afspeelt. Eerst wordt de Belgische wetgeving hieromtrent besproken, dit zal vooral gebeuren aan de hand van de boekhoudwet van 1975. Vervolgens zal ook IAS 16, met betrekking tot herwaardering van materiële vaste activa, besproken worden. Deze internationale boekhoudstandaard handelt namelijk over de materiële vaste activa. Vervolgens zullen dan ook de boekhoudkundige implicaties van een herwaardering op de balans besproken worden. Vooraleer aan het empirisch deel te beginnen was het noodzakelijk om eerst een uitgebreide literatuurstudie uit te voeren. De resultaten van deze literatuurstudie kunnen teruggevonden worden in hoofdstuk 3 van deze eindverhandeling. De belangrijkste conclusies die er uit de literatuurstudie getrokken konden worden waren de volgende: ondernemingen die herwaarderen hebben een hoge schuldgraad, deze ondernemingen herwaarderen met de bedoeling om deze schuldgraad te doen dalen en zo een hogere ontleencapaciteit bij diverse financiële instellingen te bekomen. Een andere reden om te herwaarderen was het voorkomen van het schenden van bepaalde convenanten. Tevens was er in bepaalde wetenschappelijke artikels terug te vinden dat ook het signaleren van de fair value van bepaalde activa een reden was waarom managers hun vaste activa herwaardeerden. Uit deze literatuurstudie werden er dan enkele hypothesen afgeleid die getoetst werden op een steekproef van Belgische ondernemingen. Uit dit onderzoek kon er dan afgeleid worden dat ondernemingen die herwaarderen gemiddeld genomen een groter balanstotaal hadden dan ondernemingen die niet herwaarderen, of met andere woorden gezegd, ondernemingen die herwaarderen zijn groter dan ondernemingen die niet herwaarderen. Een volgende conclusie - 3 - die uit het onderzoek getrokken kon worden is dat ondernemingen die herwaarderen een lagere liquiditeit hebben dan ondernemingen die hun vaste activa niet herwaarderen. Een hypothese die niet voor de Belgische ondernemingen opging was dat ondernemingen die van plan waren om hun activa te herwaarderen een grotere schuldgraad hebben dan ondernemingen die niet van plan waren om hun activa te herwaarderen. Een andere hypothese die niet van toepassing is op de Belgische onderneming is dat ondernemingen die herwaarderen een beter toekomstig bedrijfsresultaat hebben dan ondernemingen die niet herwaarderen. Wanneer we deze laatste twee hypothesen vervolgens testten op de verschillende sectoren apart, kon er geconcludeerd worden dat deze op bepaalde sectoren wel van toepassing waren. Een verdere uiteenzetting hierover is terug te vinden in hoofdstuk 5. Verder hebben we ook nog intersectorale verschillen onderzocht wat betreft herwaarderingen van materiële vaste activa. Hiervoor hebben we 9 verschillende sectoren onderzocht. Dit werd gedaan aan de hand van de geglobaliseerde jaarrekeningen die te raadplegen zijn op de website van de balanscentrale. Als globaal besluit konden we hieruit trekken dat er relatief weinig ondernemingen hun vaste activa herwaardeerden. Tevens kon er geconcludeerd worden dat de herwaarderingsmeerwaarden slechts een klein deel uitmaken van het balanstotaal van herwaarderende ondernemingen. Wat ook nog geconcludeerd kon worden, was dat naamloze vennootschappen (NV) hun materiële vaste activa meer herwaarderen dan besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (BVBA). Als we de verschillende sectoren vergeleken wat betreft herwaarderingen, kon er opgemerkt worden dat vooral in de sector van productie van uitrustingsgoederen en in de sector van vervaardiging van voeding en genotsmiddelen aan herwaardering van activa wordt gedaan. Het percentage van bedrijven in deze sectoren die aan herwaardering doen bedraagt respectievelijk 13.33 en 11.38 procent. Deze twee percentages liggen ruim boven het gemiddelde dat 5.5% bedraagt. In de sectoren groothandel en kleinhandel liggen deze percentages eerder laag, voor deze sectoren bedragen de percentages respectievelijk 3.47 en - 4 - 3.80 procent. De percentages van de andere sectoren, die het gemiddelde benaderen, kunnen teruggevonden worden in tabel 3 (overzicht kerngetallen sectoren). Wat ook nog uit de vergelijking van sectoren kan worden afgeleid, is dat ondernemingen die het volledige boekhoudschema hanteren eerder geneigd zijn om hun materiële vaste activa te herwaarderen en ze doen dit tevens voor een groter bedrag. In verder onderzoek kan men eventueel nog onderzoeken waarom ondernemingen in een bepaalde sector hun materiële vaste activa meer herwaarderen dan ondernemingen uit een andere sector. Dat de Belgische ondernemingen sterk houden aan het historische kostprijsprincipe, komt heel duidelijk tot uiting wanneer het gebruik en het belang van de passiefrekening Herwaarderingsmeerwaarden onderzocht werden. Slechts 6% van de ondernemingen die het volledige boekhoudschema hanteren maken gebruik van deze rubriek. Het relatieve aandeel van deze rubriek ten opzichte van het balanstotaal van de geglobaliseerde jaarrekening is bijna te verwaarlozen en bedraagt slechts 1%. Daartegenover staan de ondernemingen die het verkorte boekhoudschema hanteren. Van deze groep ondernemingen maakt slechts 2% gebruik van de rubriek herwaarderingsmeerwaarden. (Jorissen et al., 2001)
URI: http://hdl.handle.net/1942/1049
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A811.45 kBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.