www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1045

Title: Mogelijkheden om in het wegvervoer de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Toepassing IKEA
Authors: DEBAY, Deborah
Issue Date: 2006
Abstract: Sinds de Industriële Revolutie is de concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer sterk toegenomen. De uitstoot van CO2 – het belangrijkste broeikasgas – is in 1990 ongeveer een kwart hoger dan in 1750, het begin van de Industriële Revolutie. Er wordt verondersteld dat deze toename grotendeels te wijten is aan menselijke activiteiten, zoals de verbranding van fossiele brandstoffen. De verhoogde concentratie aan broeikasgassen is onder meer verantwoordelijk voor de opwarming van de aarde onder invloed van een verstrekt broeikaseffect. Er wordt verwacht dat de gemiddelde temperatuur op aarde met 1,4°C tot 5,8°C zal stijgen in de periode tussen 1990 en 2100 en dat het zeeniveau in deze periode met 9 cm tot 88 cm gaat stijgen. Het verdrag van Kyoto, dat sinds 16 februari 2005 van kracht is, regelt de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Tijdens de conferentie in de Japanse stad Kyoto in 1997 zijn de deelnemende landen overeengekomen om de uitstoot van broeikasgassen, zoals koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2P) en een aantal fluorverbindingen (HFK’s, PFK’s en SF6), in de periode tussen 2008 en 2012 te verminderen met gemiddeld 5% ten opzichte van het niveau van 1990. CO2 is het belangrijkste broeikasgas in België en maakt 85,5 % uit van de totale uitstoot in België. Jaarlijks stoot iedere Belg ongeveer 12 ton CO2 /jaar uit. Door het onderteken van het Kyoto verdrag heeft België zich geëngageerd om de uitstoot van broeikasgassen met 7,5% te verminderen. Dit komt neer op een besparing van ongeveer 14 miljoen ton CO2-eq per jaar, wat overeenkomt met een besparing van gemiddeld 1,4 ton CO2-eq per jaar per inwoner. (CO2-eq. is een rekeneenheid om de bijdrage van broeikasgassen aan het broeikaseffect onderling te kunnen vergelijken). De transportsector is één van de belangrijkste producenten van broeikasgassen. De uitstoot van deze sector is – als één van de enige economische sectoren – gestegen sinds 1990; en dit met ongeveer 29 %. Redenen voor deze stijging zijn onder meer het toenemende gebruik van de wagen of vrachtwagen voor het verplaatsen van personen of goederen en het stijgende aantal kilometers dat met deze modi wordt afgelegd. Verder heeft deze sector een belangrijk aandeel in het verbruik van aardolie. Om de uitstoot van CO2 door de transportsector terug te dringen en de afhankelijkheid van aardolie te verkleinen, gaat men op zoek naar alternatieve aandrijfvormen of transportmodi. In het personenvervoer wordt er in de eerste plaats getracht de consument te sensibiliseren om te kiezen voor een milieuvriendelijkere en zuinigere wagen. Dit kan door het aanbieden van informatie over het verbruik en de CO2-uitstoot van nieuwe wagens. Om de uitstoot van nieuwe wagens te beperken hebben de autoconstructeurs een vrijwillig akkoord afgesloten met de Europese Commissie. In dit akkoord verbinden de autoconstructeurs om tegen 2009 de gemiddelde uitstoot van nieuwe wagens te beperken tot 140 g CO2/km. Door te keizen voor de fiets, voor kortere verplaatsingen, of het openbaar vervoer, voor langere verplaatsingen, kan de wagen als eens vaker aan de kant gelaten worden. Per kilometer waarbij men de fiets boven de wagen verkiest kan men gemiddeld 160 g CO2/km uitsparen. Biobrandstoffen vormen een volgend luik in de mogelijkheden om de uitstoot van koolstofdioxide te reduceren. Biobrandstof is een brandstof die wordt aangemaakt op basis van hernieuwbare, veelal biologisch afbreekbare grondstoffen. Het grote voordeel van deze brandstoffen is dat ze CO2-neutraal zijn in de zin dat de CO2 opgenomen door planten wordt omgezet in een energierijke biomassa dankzij de zon, waarna die biomassa door verbranding in motoren terug wordt omgezet in CO2 . Door het overschakelen op biodiesel is een vermindering van 50% van de uitstoot van CO2 mogelijk, voor pure plantaardige olie is dit zelfs 100%. Bioethanol als brandstof kan een CO2 besparing opleveren van 30% tot 40%. Dit zijn hoge percentages maar we moeten hierbij wel rekening houden dat biobrandstoffen meestal niet in pure vorm gebruikt gaan worden, maar in een eerder beperkt percentage worden bijgemengd bij diesel of benzine. Voor het behalen van de CO2 Kyotonorm met een besparing van 14 miljoen ton CO2-eq per jaar is het (verhoogde) gebruik van biobrandstoffen alleen niet voldoende. Het is ook van belang dat wagens minder gaan verbruiken. Een hybride wagen kan hier een oplossing voor vormen. Dit is een voertuig dat gebruik maakt van minstens twee verschillende aandrijfvormen. Meestal gaat het over de combinatie van een gewone verbrandingsmotor – diesel of benzine –een elektromotor. In principe verbruiken hybride wagens 15 tot 30 % minder primaire energie. De Toyota Prius, die reeds enkele jaren op de Belgische markt verkrijgbaar is, heeft een gemiddelde CO2 uitstoot van 104 g CO2/km. De Honda Civic heeft een uitstoot van 116 g CO2/km. Deze uitstoot ligt lager dan die van de gemiddelde wagen. Helaas houdt de hogere aankoopprijs de meeste mensen tegen om de overstap te wagen naar een hybride wagen. Na een hybride wagen, zou een volledig elektrische wagen de logische volgende stap zijn. Een elektrische wagen is een wagen die wordt aangedreven door een elektrische motor gevoed met energie uit batterijen of die op een andere manier direct is gekoppeld een het elektriciteitsdistributienet. Tijdens het gebruik stoten elektrische wagens geen uitlaatgassen uit. We mogen echter niet vergeten dat de productie van elektriciteit wel gepaard gaat met uitstoot. Nadelig aan deze wagens is dat ze volledig opgeladen maar een beperkte afstand kunnen afleggen, ongeveer 80 km tot 120 km. Waterstof is een volgend alternatief. Deze stof staat immers als een schone en onuitputtelijke energiebron. Waterstof wordt in de natuur grotendeels in gebonden toestand met zuurstof (water H2O), met stikstof (ammoniak NH3) of koolstof (aardgas CH4) gevonden. Voor het winnen van waterstof kan electrolyse of reforming toepassen. Deze laatste wordt het meest gebruikt. Als brandstof voor de wagen kan waterstof op twee manieren gebruikt worden: rechtstreeks als brandstof in de verbrandingsmotor of met behulp van een brandstofcel. De uitstoot die waterstof als brandstof veroorzaakt bestaat enkel uit waterdamp. Helaas hebben deze technieken te maken met een aantal knelpunten die een grootschalig gebruik in de weg staan. Onder deze knelpunten vallen onder andere de opslagfaciliteiten, de hoge productiekost van reforming, de hoge kost van brandstofcellen en het ontbreken van tankinfrastructuren. Willen bovenstaande technieken echt een bijdrage leveren aan het verminderen van het verbruik en de uitstoot, dan moet ook de rijstijl van de autobestuurders aangepast worden. Door een aangepaste rijstijl, met andere woorden door juist te schakelen en een aangepaste snelheid kan de CO2-uitstoot verminderen met ongeveer 5% in de stad en 25% op buitenwegen. Ook in het goederenvervoer zijn er mogelijkheden de uitstoot van broeikasgassen in te perken. Gecombineerd vervoer kan een oplossing zijn om de druk van het goederenvervoer over de weg op het milieu te verlichten. Bij gecombineerd vervoer wordt gebruik gemaakt van verschillende vervoersmodi om goederen van deur tot deur te brengen. Het hoofdtransport gebeurt via het spoor, de binnenvaart of de kustvaart. Voor- en natransport gaan over de weg. Spoorvervoer en binnenvaart leveren een betere milieuprestatie dan wegvervoer: ze hebben een lager brandstofverbruik, een lagere CO2-uitstoot en hebben lagere externe kosten. Externe kosten zijn kosten die niet verrekend zijn in de prijs die de gebruiker betaalt per afgelegde kilometer. In juni 2005 kwam Vlaams minister van mobiliteit Kathleen Van Brempt met het voorstel om de maximum snelheid van alle vrachtwagens boven de 3,5 ton te verlagen naar 80 km/h. Volgens de minister is het brandstofverbruik en de bijhorende uitstoot ook groter bij een hogere snelheid. Op die manier zou een daling van de CO2-uitstoot gerealiseerd kunnen worden van 5 % à 10 %. Een derde luik in de mogelijkheden die vrachtvervoer hebben om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen zijn Ecocombi’s. Ecocombi’s zijn combinaties van 25,25 meter lang met een laadvermogen van 60 ton. Door deze verhoogde capaciteit kunnen 2 Ecocombi’s drie conventionele combinaties vervangen. Bij een maximale belasting treedt er eveneens een brandstofbesparing op. De combinatie van deze twee kan de totale CO2- uitstoot van het wegvervoer met 2 tot 8 % verlagen. Zowel in het personen- als in het vrachtvervoer kan de uitstoot van schadelijke stoffen zoals koolstofmonoxide, onverbrande koolwaterstof, stikstofoxide en vervuilende roetdeeltjes verminderd worden door te voldoen aan de steeds strenger wordende Europese Emissienormen, de Euronormen. Ten slotte is er een toepassing over IKEA. Dit bedrijf neemt een aantal initiatieven om de uitstoot van CO2 veroorzaakt door haar activiteiten terug te dringen. IKEA tracht meer en meer gebruik te maken van binnenvaart en short sea shipping. Door een directe aansluiting van het distributiecentrum op het spoor kan voor langeafstandsvervoer gebruik gemaakt worden van het spoor. Ook het gebruik van platte verpakking levert zijn bijdrage aan een verminderde uitstoot doordat er meer vervoerd kan worden in 1 laadeenheid. Het DC van Winterslag neemt ook een aantal initiatieven om energie te besparen waardoor de uitstoot van CO2 onrechtstreeks daalt. Het gaat dan over het plaatsen van lichtsensoren en het beter afstellen van de machines voor een betere warme luchtcirculatie.
URI: http://hdl.handle.net/1942/1045
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A2.48 MBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.