www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1023

Title: Bepaling van optimale verzendingsstrategieën bij verschillende transportalternatieven
Authors: Berghmans, Mieke
Issue Date: 2006
Abstract: Vervoer wordt gedefinieerd als die menselijke activiteit die voortspruit uit het ruimtelijk verplaatsen van personen, goederen en informatie. Door goederen en diensten te vervoeren, vermeerdert hun waarde. Hetzelfde product of een identieke dienst bezit een andere nuttigheidsgraad naargelang de plaats waar het product zich bevindt of waar de dienst plaatsgrijpt. De vraag naar vervoer ontleent zijn nut bijgevolg aan de activiteiten die door de verplaatsingen mogelijk worden. Het transport van goederen en diensten vormt bijgevolg een zeer belangrijke schakel in de logistieke keten. De logistiek moet er voor zorgen dat de juiste goederen en diensten op het juiste tijdstip, de juiste plaats en in de gewenste staat worden afgeleverd, en dat de onderneming daarmee een zo hoog mogelijk rendement haalt. Transport en voorraadbeheer vormen de belangrijkste elementen van de logistieke keten aangezien ze de grootste kosten uitmaken van deze keten. Om het transport van haar goederen en/of diensten uit te voeren, heeft een bedrijf de keuze uit een brede waaier van transportmogelijkheden De belangrijkste transportmiddelen zijn het vervoer over de weg, per spoor, over het water, door de lucht en via de pijpleiding. Een onderneming kan echter eveneens opteren om meerdere vervoersmiddelen in te zetten. Ze past bijgevolg intermodaal vervoer toe. Intermodaal vervoer wordt omschreven als het vervoer van een vracht met een eenheidslading via meer dan één vervoersmiddel, waarbij de goederen zelf, tijdens de overslag niet behandeld worden. Eenheidsladingen zijn containers, wissellaadbakken en opleggers. In sommige gevallen worden ook paletten of volledige vrachtwagencombinaties als laadeenheid beschouwd. De intermodale transportketen is opgebouwd uit het voor-, het hoofd- en het natransport. De aaneenschakeling van deze schakels wordt mogelijk door een intermediair overslagpunt. Een onderneming heeft naast de keuze voor één of meerdere transportalternatieven eveneens de keuze tussen eigen vervoer en beroepsvervoer. Eigen vervoer betekent dat een bedrijf het transport van haar goederen zelf uitvoert en bijgevolg het vervoer zelf produceert. Wanneer echter de onderneming het vervoer van haar goederen uitbesteedt aan derden tegen betaling van een vervoersprijs, past ze beroepsvervoer toe. Om de keuze tussen verschillende transportalternatieven te vergemakkelijken, kan een transportdienst, zijnde een set van prestatiekarakteristieken die aangekocht worden aan een bepaalde prijs, gezien worden in termen van karakteristieken die voor alle diensten gelden. Deze karakteristieken zijn de prijs, de gemiddelde levertermijn, de variabiliteit in de levertermijn en verlies en schade. Deze factoren lijken de meest belangrijke te zijn voor beslissingsmakers. Indien de prijs beschouwd wordt om een keuze te maken tussen een aantal transportalternatieven, kan een onderneming zich baseren op de afweging tussen de transportkosten en de voorraadkosten. De mogelijke inzetbaarheid van de verschillende vervoerswijzen kan eveneens aangeduid worden door een aantal factoren van secundair belang zoals de beschikbaarheid, de frequentie, de grootte of de capaciteit, de snelheid, de toegankelijkheid, het comfort, de variabiliteit, de veiligheid, de dichtheid van het transportnetwerk, de wetgeving en milieubeschouwingen. Elk van deze factoren bepalen de geschiktheid van een bepaald transportalternatief. Ten slotte bestaat er een verkeerstechnische indeling. Deze indeling wordt gemaakt op basis van het ingezette vervoermiddel en de hiervoor noodzakelijke infrastructuur. De hoeveelheid, de aard en de waarde van de te vervoeren goederen, de af te leggen afstand, de snelheid en het doordringingvermogen van het vervoermiddel helpen de keuze van het transportalternatief mee bepalen. De optimale transportwijze(n) kan vanuit een logistiek standpunt geanalyseerd worden op basis van de totale logistiek kostprijs aan de hand van het ‘inventory-theoretic’ model. Een logistieke beslissing beïnvloedt verschillende logistieke kosten die samen de totale logistieke kostprijs uitmaken. Wanneer een onderneming een afweging maakt tussen verschillende transportalternatieven, moet rekening gehouden worden met alle kosten binnen de logistieke keten waarop transportbeslissingen een invloed uitoefenen. De totale logistieke kosten dienen te geminimaliseerd te worden en niet slechts één kostenelement binnen de logistieke keten. De totale logistieke kosten bestaan uit de transportkosten, de kosten van goederenbehandeling, de voorraadkosten, de kosten van voorraadtekort, de verpakkingskosten, de kosten van orderbehandeling, de administratie- en instelkosten, de kosten van klantenservice en de kosten van vestigingsplaats. De transport- en de voorraadkosten vormen de belangrijkste kostenelementen. De transportkosten nemen minder dan proportioneel toe indien de partijgrootte toeneemt. Deze schaalvoordelen zijn echter niet altijd van toepassing, aangezien sommige vervoerswijzen zoals het spoorvervoer en de binnenvaart voor- en/of natransport over de weg en de overslag van goederen aan de terminals vereisen. De transportkosten nemen aanzienlijk toe door deze bijkomende diensten. Voorraden kunnen ontstaan aan land (cyclische voorraad) en tijdens het vervoer (voorraad tijdens het vervoer). Beide voorraadsoorten veroorzaken kosten voor de gebruiker van vervoer. Goederen kunnen eveneens om andere redenen gestockeerd worden zoals bijvoorbeeld veiligheidsvoorraad of seizoensvoorraad. De kostprijs om goederen te stockeren, bestaat uit intrestkosten, verzekeringskosten of verzekeringsrisico, ontwaardingkosten en magazijnkosten. Deze vier kostencomponenten vormen samen de voorraadkost of ‘holding cost’. De keuze voor het transportalternatief met de laagste transportkosten leidt niet noodzakelijk tot het goedkoopste vervoersmiddel. Bij een minimalisatie van de transportkosten, moet geopteerd worden voor tragere vervoerswijzen. Door de snelheid en betrouwbaarheid van deze transportalternatieven, kunnen echter de voorraadkosten toenemen. De logistieke beslissingsnemer wordt bijgevolg geconfronteerd met twee logistieke kosten die als het ware in conflict zijn met elkaar. Welke transportwijze uiteindelijk het goedkoopst zal uitvallen qua totale logistieke kosten, hangt af van een aantal factoren zoals onder andere de waarde van de goederen die vervoerd worden, de hoogte van de voorraadkosten, de levertijden van de verschillende vervoermodi (waarbij zowel snelheid als stiptheid van belang zijn), het jaarlijks volume dat vervoerd moet worden. In het praktijkonderzoek wordt de theorie aan de praktijk getoetst. Aan de hand van een algoritme wordt nagegaan of de transportkosten, de gemiddelde levertermijn en de variantie in de levertermijn daadwerkelijk een invloed hebben op de ingezette transportalternatieven en op de totale logistieke kost. Het algoritme dat hiervoor gebruikt wordt, werd opgesteld door dr. Wout Dullaert en Dhr. Bert Vernimmen. Beide zijn medewerkers aan de Vakgroep Transport en Ruimtelijke Economie (van de faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen) aan de universiteit van Antwerpen. Het algoritme bepaalt aan de hand van een aantal gegevens de optimale mix van transportalternatieven. De transportalternatieven die de totale logistieke kost minimaliseren, worden geselecteerd. Uit het onderzoek blijkt dat de transportkosten de grootste invloed hebben op de totale logistieke kost. De gemiddelde levertermijn beïnvloedt eveneens de totale logistieke kost en de ingezette transportalternatieven. De variantie heeft weinig tot geen effect. Verder worden de interacties tussen bepaalde combinaties van deze variabelen geanalyseerd. Slechts vier variabelen worden in beschouwing genomen omdat ze zowel bij een toename als een afname een invloed hebben op de totale logistieke kost. Het betreft de transportkost van een transportalternatief van 25 ton, de transportkost en de gemiddelde levertermijn van een transportalternatief van 1000 ton en de gemiddelde levertermijn van een vervoerwijze van 600 ton. De andere variabelen hebben geen of enkel in één richting een effect op de totale logistieke kost. De interacties tussen paren van variabelen hebben in de meeste gevallen een belangrijke invloed op de totale logistieke kost. Ook een wijziging van de vier variabelen tezamen, heeft een belangrijke invloed op de totale logistieke kost. Indien slechts drie van de vier variabelen gewijzigd worden, is de invloed op de totale logistieke kost eerder klein.
URI: http://hdl.handle.net/1942/1023
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
N/A940.01 kBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.